Achter de muren

Ik heb de sleutel van het huis waar ik zo diep in was weggekropen, geretourneerd aan de rechtmatige eigenaar. Vaak genoeg verhuisd om te weten dat een huis maar een huis is, maar nog altijd sentimenteel genoeg om het te verbinden aan tijd die voorbij is en die nergens is opgeslagen – behalve in dat huis.

Meer lezen →

Weekend (46)

Alles wat gebeurt, moet altijd nog even namijmeren in mijn hoofd. Zo hup van dagenlang door Parijs struinen naar het vertrouwde kantoorleven, naar ziek in bed en ondertussen verhuizen en klussen is dan ook geen soepele overgang, maar een met vertraging. Waarbij mijn hoofd vrij ernstig achterloopt op de werkelijkheid. Schrijven helpt daarbij, dat zal je wel begrijpen. Daarom eerst maar eens een lijstje met Parijse dingen die ik graag nog wil opslaan.

Meer lezen →

Weekend (45)

Vorige week, op de verjaardag van mijn oma, verzochten twee lieftallige nichtjes om meer weekendstukjes. Daar staan ten minste niet van die onbegrijpelijke woorden in, riep een van de twee. Omdat ik hen nooit iets kan weigeren, toch maar een stukje over dit weekend. Al zal het een zware opgave worden de schoonheid ervan vast te leggen – en heb ik eigenlijk mijn kruid wel zo’n beetje verschoten met het geploeter op de speech van zaterdag.

Meer lezen →

Ja

(Speech op de bruiloft van Francis & Jeroen, 12 november 2016)

Het was een zondagmiddag in de zomer en we liepen met minder haast dan op de meeste dagen. We waren onderweg naar het station, zouden ons dan weer van elkaar losmaken. We hadden thee gedronken, taart gegeten en ondertussen de zoveelste dappere poging gedaan ons persoonlijk record bijpraten te verbreken. Het leek gelukt. We liepen en we waren zeldzaam stil. In ons zwijgen zat tevredenheid. Het leek de slotscène van een film.

Meer lezen →

Latijn

Een van mijn favoriete schrijvers (Alex Boogers, van dit stukje, en deze) vertelde over de moed die hij had moeten verzamelen voordat hij een volgeschreven schrift aan een leraar op de mavo liet lezen. Hoe de geringschattende reactie van die man (‘iedereen kan schrijven’) die zelfs pas na enig aandringen loskwam, nog altijd in zijn hoofd spookte. Over de afstand die je moet afleggen voordat je het een tweede keer durft te proberen.

Ik dacht aan de keer dat ik iets aan een leraar had laten lezen. Aan de ochtend waarop de al jaren tegen de pensioenleeftijd aan schurende docent Latijn met een vochtig voorhoofd en hoge stem aan me vroeg of ik, als straks het lesuur was afgelopen, nog even in het lokaal wilde blijven.

Meer lezen →

Opa

We spreken af dat we elkaar tegemoet lopen in het dorp. Ik ren vanuit de stad, hij vertrekt vanuit het bejaardentehuis, waar hij wekelijks twee potjes rummikub speelt om een van de bewoners te plezieren. De kou, het donker, de stille straat is geladen met het soortelijk gewicht van familie. Mijn opa en ik zijn naar elkaar op zoek. Ik ren niet van hem af maar naar hem toe, en verdraag het gegeven dat opa zien gelijkstaat aan oma missen.

Meer lezen →