Dingen die ik van deze dagen wil onthouden (2)

Zondagochtend half 9, lente als zomer. De dochter in mijn buik en ik zijn wakker, de man die haar vader is slaapt tegen ons aan. Net als ik denk: ik heb al een tijdje niet meer gevoeld dat ze de hik had, krijgt ze de hik. Daarna blijft ze maar woelen, het doet me denken aan hoe de hond vroeger met zijn dekens en kussen in de weer was voordat hij de slaapplek naar zijn zin had. Hoe het even duurde voor hij neerplofte en dan meteen tevreden in slaap viel.

Nog maar een paar keer zo wakker worden op zondag. Als ze straks uit mijn buik is (wat werkelijk schijnt te gebeuren), kan ze er nooit meer terug in. Toen we ons gisteren de hele dag in het lawaai van motoren, speakers en andere mensen bevonden, hield ze zich stil. De hele dag. Om me heen zag ik verse ouders druk in de weer met hun baby’s en peuters. Een voor een kwamen ze me vragen hoe het gaat. Of ik het nog vol kan houden. Mijn zusje maakte een parasol voor me aan het hek vast en bracht me pakjes drinken en wortels. Het kwam me voor dat niemand het zo makkelijk had als ik. Met een baby die nog geen kant op kan, niet kan protesteren, niet met een volgeladen kiepwagen over haar eigen vingers kan rijden precies op het moment dat onze favoriete coureurs aan de start staan.

Vandaag, deze stille ochtend in bed die ik begin met een boek uitlezen (Henk van Straten – Berichten uit het tussenhuisje) lijkt ze de dag van gisteren te willen compenseren. Ik leg de hand van de slapende man vlak onder mijn ribben. Zie van heel dichtbij steeds de dunne beweging bij zijn mond als ze onder zijn hand van zich laat horen.

Hoe mooi en om geen genoeg van te krijgen ook, het vraagt om me omdraaien en dit even opschrijven.