Dingen die ik van deze dagen wil onthouden

Zijn eerste drie woorden toen ik hem de test had laten zien en zenuwachtig lachend vroeg hoe hij zich voelde. ‘Blij, trots, doodsbang.’

Week 10. Mijn buik voelt anders als ik mijn hand erop leg. Een minibolletje. Een bochtje dat behouden blijft als ik uitadem en mijn buik intrek. Als daar een meisje zit, dan hoop ik dat ze stoerder is dan ik. Als het een jongen is, dan hoop ik dat zijn vader straks zijn grootste held is.

Hoe leuk het was om de echo rond de feestdagen te kunnen delen:
‘Ik heb nog een kerstkaartje voor jullie!’
‘Oh, dankjewel!’
(Legt ‘m – nog in de envelop – geduldig op haar schoot)
‘Wel openmaken hoor, ik heb ‘m namelijk zelf gemaakt. En R heeft ook geholpen. We hebben er erg ons best op gedaan.’
‘Oh jullie zijn ook zo creatief. Ik zal ‘m open… OOH! WAUW! SAM! Ooh wauw wat geweldig!’

(En, bij de oma van R, ‘wat denkt u dat dit is?’ ‘Een grot die jullie in Thailand hebben bezichtigd?’)

De eerste keer bij de verloskundige. Wachten tot ik eindelijk mee mocht naar het kamertje om een hart te horen kloppen. Ze had ‘m binnen een paar seconden gevonden, zei dat het perfect was en dat het razendsnelle tempo precies paste bij deze week. ‘Oh, nu zwemt ie weg’, en even later had ze ‘m weer gevonden. De magie daarvan, dat het in mijn buik gebeurt. Dat daar iemand groeit die zich niets aantrekt van mijn reserves. Vrolijk rondzwemt alsof het zijn thuis is. Alles gaat helemaal volgens het boekje, ongeacht wat ik mezelf allemaal wijsmaak. Vlak onder de oppervlakte, net onder mijn huid. Onze kleine baby, elke dag groter en sterker. Ik kon er wel van huilen, maar niet met al die nieuwe mensen om me heen. Dus bleef ik maar zo stil als ik al was en stelde het uit totdat ik in de auto zat.

Dat kleine bolle buikje, het verven van het ledikantje waar de man 37 jaar geleden in sliep, op het kamertje zijn, zijn handen op mijn nieuwe lijf. Hij wil per se een schommelstoel op de babykamer. Waarop hij van plan is de baby in slaap te wiegen. Hoewel mijn ervaring met baby’s is dat ze daar geen genoegen mee nemen, dat er oneindig gewandeld dient te worden en daarbij flink geschud, kan ik me goed voorstellen dat voor het in slaap vallen op zijn borst andere regels gelden en minder randzaken vereist zijn. Ik vind dat ook zo fijn.

Soms raakt ze precies de topjes van mijn vingers, als om te laten weten wat ze allemaal al kan. Elk seintje dat ze geeft, stelt me gerust. In deze ronduit onwennige tijd, waarin zoveel verandert, elke dag duizend meningen klinken, ik soms bang ben dat we aan iets beginnen waar we niet goed in zullen zijn, is zij de enige die dat kan.

Alleen het woord vind ik opeens al zo mooi: meisje. Meisje in mijn buik. Dat ze beweegt tegen mijn hand terwijl ik een cursus volg over gefilterde data-extensies, dynamische contentblokken en unieke customer journeys. Dat ik afdwaal naar een geheel nieuwe wereld, eentje die ik nog niet ken maar waarin ik zo heel nadrukkelijk niet-alleen ben.

Naar bed gaan is mijn lievelingsmoment van de dag. ‘Volgens mij slaapt ze,’ zeg ik als hij, nog geen tien seconden in bed, meteen zijn hand op mijn buik legt. Ik heb net een uur gezwommen en stel me zo voor hoe rustgevend dat was. Een paar seconden later voel ik hoe hij een schop precies in zijn handpalm krijgt. ‘Volgens mij niet’, zegt hij, met trots in zijn stem, alsof hij en zijn dochter nu al een pact hebben gesloten.