Niko (1)

Niemand verteld over de test in mijn tas. Clear Blue. Zo’n dure die niet voor meerdere interpretaties vatbaar is. Toen ik ‘m kocht, in het vroege donker na een ongeconcentreerde werkdag, probeerde ik oogcontact te maken met het kassameisje. Om het betekenisvol te laten zijn, dan toch een bondgenoot te hebben. Maar ze scande het product alsof het shampoo was en keek enkel naar de kassa.

Gewacht tot deze dag alleen. Almaar dingen in mijn hoofd herhalen om het leed alvast te verzachten. Dat ik straks naar de kapper mag, knippen en kleuren en krullen desnoods, geld uitgeven bij wijze van troost. Dat het toch niet handig is, in dit huis. Dat het van hem nog wel even mag duren. Dat het allemaal wel goed komt, ooit.

Dan toch. Een bakje, test erin, op de kop weggelegd. Ruim lang genoeg wachten. Niet durven kijken. Hardop tegen mezelf praten. Thee zetten. Nog steeds niet durven kijken. Ik denk aan het televisieprogramma dat ik ooit zag, waarin mensen niet konden wachten. De verheugde blikken waarmee ze elkaar aankeken, de handen op elkaar, de durf daarin verscholen. Ik voel precies het tegengestelde daarvan. Wil me tegen dit moment beschermen.

Dan toch. Moed verzameld. Test omgedraaid. Meteen, geen moment ruimte voor twijfel, onmiskenbaar, een dikke blauwe plus. Mijn reactie vanaf die seconde. Die nu niemand heeft gezien en die niet is opgenomen, zonde misschien. Zo heftig. Nog veel meer dan ik me had voorgesteld. Zoveel geluid. En tranen. Zo opgelucht vooral. Dat het kan.

Als eerste mama gebeld. Nog steeds in tranen, enkele octaven hoger dan op alle andere dagen. Niks geen aankondiging met ingepakte rompertjes en sokjes. Zeven uur in de ochtend, de telefoon, gesnotter, gestamel over een plusje op de test. Aan hoe ze praat hoor ik dat papa ook in de kamer is. Ik zeg dat ik niet weet wat ik met de dag aan moet. Hoe ik oorspronkelijk had bedacht dat ik de uren nodig zou hebben om mezelf in stilte te troosten, maar hoe dat nu niet hoeft. Ze zegt dat ze eraan komt, dat we thee kunnen drinken in de stad.

Als ik weer alleen ben, wens ik dat de baby in mijn buik op een dag precies dezelfde niet te onderdrukken neiging voelt: altijd als eerste mama bellen.