Boekrecensie: De Tien

Bij wijze van jubileumnummer van Das Magazin, verscheen een gebonden boek met daarin korte verhalen van ‘een definitieve selectie van de tien beste jonge Nederlandse en Vlaamse schrijvers van dit moment’. Zo’n sympathiek initiatief waar je eigenlijk niet kritisch over wilt doen.

De belofte van dit tiende nummer is – net als destijds de aankondiging van Das Magazin – niet zonder bravoure: ‘Tien auteurs die het gezicht zullen vormen van de literatuur van morgen. Voor dit boek schreven ze elk een nieuw verhaal dat hun schrijverschap definieert.’ Wie spreekt van ‘de beste’, maakt nieuwsgierig naar de maatstaven. Die waren ‘legio’, zegt het voorwoord, maar uitgelicht worden verbeelding, stijl, oorspronkelijkheid en het uitdragen van de literatuur. Als de tien verhalen vervolgens tegenvallen, rijst de vraag waarmee ook Louis van Gaal deze dagen om de oren wordt geslagen: lag het aan het systeem, of aan de uitvoering?

Trucje
Eerst: uit wie bestaat dit beloftenteam? Op volgorde van geboortejaar: Maartje Wortel, Cristophe van Gerrewey, Joost de Vries, David Pefko, Hanna Bervoets, Özcan Akyol, Philip Huff, Daan Heerma van Voss, Yannick Dangre en Thomas Heerma van Voss. Hoewel het woord ‘team’ misschien niet op z’n plaats is, ontkom je er bij zo’n verzameling niet aan een beeld te vormen van de stand van zaken in de jonge, Nederlandse literatuur. Ik werd – helaas – niet bepaald van mijn sokken geblazen.

Van wie ik al kende, verrast niemand me. Bij Hanna Bervoets zijn ook nu de personages ontwapenend, maar het gaat steeds dezelfde kant op: richting het gruwelijke. Het mag dan misschien zijn wat haar ‘schrijverschap definieert’, het doet af aan het verhaal als het einde een trucje lijkt. Ook bij Özcan Akyol en Philip Huff ontbreekt een ziel in het vertelde. Het is allemaal te licht, te willekeurig, al heel snel weer vergeten.

Fijne kerels
Positiever dan: Maartje Wortel schreef een mooi verhaal over een vrouw die in een camper woont, en verliefd wordt op een bekende actrice. Prettige stijl en ideeën die bijblijven – ik heb meteen haar laatste roman IJstijd aangeschaft.

Samen met Maartje Wortel was het verhaal van Joost de Vries favoriet. Hij vindt precies de goede toon om te schrijven over twee broers die naar Waterloo afreizen om daar de veldslag waar Napoleon verslagen werd na te spelen. Wordt over deze hobby doorgaans nogal geringschattend gedaan (denk aan Paul de Leeuw in de film Alles is liefde), bij de Vries worden de broers fijne kerels. Een andere ‘soldaat’ wordt dan wel weer heel geniepig omschreven:

Ik besloot dat ik Raymond mocht zoals je bepaalde taxichauffeurs mocht – omdat je niets met hen te maken hebt maar toch je leven in hun handen legt. De vertrouwensband werd nog eens versterkt omdat hij precies het soort vormeloze grijs-paarse trui droeg met een geometrisch patroontje dat mijn lievelingsleraar op mijn protestants-christelijke basisschool had. Groot kaal hoofd, wangen als zadeltassen, maar een smalle, puntige, harde neus, een en al kraakbeen – je kon je voorstellen dat je zo’n neus in het slot stak en het ermee open wriemelde.

Het schrijftalent en plezier spat van de pagina. Heerlijk. Hoewel het geen wedstrijd is, steken dit soort passages er toch echt wel boven uit. Bij Yannick Dangre mis ik stijl: hoewel hij eigenlijk het grootste verhaal vertelt, wordt het nergens echt heet onder de voeten. Zijn bijdrage leunt daarvoor te zeer op vlotte leesbaarheid en een verrassingseffect aan het slot.

Precies andersom is het bij Daan Heerma van Voss. De verrassing zit al het gegeven: een doodnormale man wordt verward met de huurmoordenaar die het op hem gemunt blijkt te hebben. Hoewel het ingenieus en grappig in elkaar zit, zakt het verhaal in als blijkt dat de ‘onschuldige’ man doelwit is vanwege ‘niet oprecht leven’. Brr, en dat leidt dan ook nog tot nieuwe inzichten: ‘principes, waarden en juistheid van leven zijn grootheden waarnaar je behoort te leven’.

Meer willen
Zoals gezegd: De Tien is een sympathiek initiatief waar ik eigenlijk niet al te kritisch over wil doen. Maar hoe goedmoedig je er ook in gaat, je wordt teleurgesteld. De vraag wat een kort verhaal eigenlijk moet bieden dringt zich op. Toch op z’n minst: meer willen. Nieuwsgierig worden, geprikkeld raken. Dat gebeurt helaas nauwelijks. Ook niet door de kaft overigens, en dat terwijl Das Magazin juist bekendstaat om de prachtige vormgeving. Volgens mij kan men beter dan dit. Kunnen negen van de tien echt wel scherper, driftiger en mooier schrijven. De uitvoering dus, niet het systeem. Bij het volgende jubileum dan maar?