Boekrecensie: Paper Towns & Het Grote Misschien

John Green schrijft boeken waarin je ’s avonds in bed veel te lang blijft lezen. Ook als je je met de beste wil van de wereld geen Young Adult meer kunt noemen en de volgende ochtend weer vroeg op kantoor wordt verwacht.

image.phphet-grote-misschien-john-green-150De verfilming van het tragische en tegelijk lichtvoetige verhaal The Fault In Our Stars heeft geleid tot de doorbraak bij het grote publiek die John Green verdient. Het boek (in het Nederlands Een weeffout in onze sterren) staat al enkele weken op de eerste plaats van de bestseller top 10. Hoe aangenaam is het om dan te ontdekken dat Green al heel wat boeken op zijn naam heeft staan, door Lemniscaat nu ook nog opnieuw uitgegeven.

Paper Towns
Paper Towns (2008) is het verslag van de zoektocht naar Quentins buurmeisje Margo, die hij beschouwt als het ‘schitterend mooiste schepsel dat God ooit had geschapen.’ Het boek begint buitengewoon grappig, als Margo ’s avonds laat voor het slaapkamerraam van Quentin verschijnt. Ze neemt hem mee op een nachtelijke wraaktocht langs haar voormalige vriend en beste vriendin die een affaire blijken te hebben. Het tamelijk onschuldige kattenkwaad (met bijvoorbeeld ontharingscrème op wenkbrauwen en exploderende visingewanden onder de achterbank van een SUV) wordt afgewisseld met scherpe dialogen waaruit blijkt dat deze hoofdpersonages (net als in The Fault In Our Stars) wat humor en intelligentie betreft aan elkaar gewaagd zijn.

De volgende ochtend wordt het grimmiger, als Margo niet op school verschijnt. De grote zoektocht kan beginnen. Quentin wordt geheel in beslag genomen door de mysterieuze verdwijning van zijn buurmeisje, en probeert de sporen te volgen die ze al dan niet bewust voor hem heeft uitgezet. Steeds meer blijkt hoe zwaarmoedig Margo was, hoe weinig ze op had met de wereld waarin ze leefde. Maar dit is ook een boek dat me hardop heeft doen lachen, om de maffe vrienden van Quentin en – hoe flauw ook – de wraakactie met de exploderende visingewanden.

Het Grote Misschien
In de debuutroman van John Green, Het Grote Misschien (2005), speelt een zelfde soort meisje een hoofdrol. Even intelligent als zwaarmoedig, even grappig als grenzeloos. Miles gaat op zijn vijftiende ‘op kostschool’ en ontmoet daar Alaska. Zijn onmiddellijke adoratie voor haar (‘het meest sexy meisje uit de hele geschiedenis van de mensheid stond voor mijn neus’) lijkt ook op die van Quentin voor Margo. Tel daarbij een vriendengroep die vooral de taak heeft het verhaal van humor te voorzien, en filosofische citaten die het verhaal ondersteunen. Veel overeenkomsten, maar desalniettemin twee verrukkelijke boeken.

Modelkinderen
Greens hoofdpersonen worden steevast gedreven door fascinaties, eigenaardigheden die een grote rol spelen in het verhaal. Hazel is in The Fault In Our Stars geobsedeerd door een roman die middenin een zin ophoudt, het boek dat de leidraad vormt voor haar avonturen met Augustus Waters. In Het Grote Misschien weet Miles alles over laatste woorden van beroemde mensen.

‘Die van Henrik Ibsen vind ik goed. Dat was een toneelschrijver. (…) hij was al een tijd ziek en zijn verpleegster zei tegen hem: “U lijkt u vanochtend beter te voelen,” en Ibsen zei: “Integendeel,” en toen ging hij dood.’

Het zou triviale feitenkennis kunnen zijn, maar het wordt keer op keer zo knap met het verhaal verweven. En ja, het wordt vaak sentimenteel, maar nooit wordt het een trucje.

In zekere zin zijn de personages van John Green allemaal modelkinderen. Brave jongens die hun ouders knuffels geven en hoge cijfers halen. Ook de meisjes die het hun ouders en zichzelf knap lastig maken met hun hang naar destructie – in deze boeken Margo en Alaska – doen dat alsnog op een heel intelligente wijze. Ze lenen zich allen uitstekend voor het vertelplezier van Green, waarvan de boeken bol staan. Verpakt in scherpzinnige dialogen, ontroerende avonturen en altijd met een filosofische (en verantwoorde) boodschap.