Boekrecensie: Twee wegen

Twee wegen is het verhaal van de onwaarschijnlijke vrienden Tommy en Jim, die samen opgroeien en elkaar dan uit het oog verliezen. Ruim dertig jaar later komen twee eenzame, vermoeide vijftigers elkaar weer tegen, op een vroege morgen, met maar weinig woorden.

Jim heeft een hengel aan de reling van een brug vastgemaakt en zit gebogen langs de weg in een oude, stinkende vissersjas. Tommy rijdt voorbij in het nieuwste model Mercedes en herkent zijn oude vriend meteen. Als de auto’s achter hem beginnen te toeteren, rijdt Tommy na een korte, onwennige conversatie weer verder: ‘”Misschien een andere keer, Jim”, zei hij, en het voelde ietwat onbehaaglijk toen hij mijn naam zei, alsof er een zaklamp in je gezicht scheen.’

Permanent
Wat rondom deze ontmoeting, die al met al nog geen minuut in beslag neemt, in deze roman gebeurt zijn twee levens. In hoofdstukken die springen door de tijd, en met verschillende vertellers. Het begint in Mørk, een Noors dorpje ‘dat overal had kunnen zijn’, waar Tommy en Jim in dezelfde straat en ongeveer tegelijk worden geboren. Tommy is de beste van de school met slagbal, en als hij dertien is gebruikt hij de knuppel om het scheenbeen van zijn vader te breken. Jim heeft helemaal geen vader. Maar ze hebben elkaar, en doen bepaald niet zwaarmoedig over de meeste zaken:

Willie had twee ouders. Toen ze klein waren, dachten Jim en Tommy dat het een beetje apart was om er twee te hebben, voor langere tijd in elk geval, tot ze begrepen dat de meeste kinderen er twee hadden, permanent.

Heel gewone dag
Tommy en Jim hebben niet veel woorden nodig, niet als vrienden, maar ook niet om elkaar uiteindelijk kwijt te raken. Het overkomt ze, een kop of munt moment, net als vele andere zaken in het leven. De vrouwen die in hun bedden liggen, of door wie ze worden opgevoed en verlaten. Maar al te vaak wekken personages die het heft niet in eigen handen nemen irritatie op, maar in Twee wegen gebeurt dat geen moment. Dat is zonder meer de verdienste van Pettersons charmante en geheel eigen stijl.

De zinnen overstromen van gedachten. Zoals dat gaat in hoofden: onafgeronde verhalen, stiekeme observaties, eeuwige twijfel. Veel herhaling, weinig dromen die werkelijk worden. Het levert een stroom van poëzie op, maar vergt wel concentratie van de lezer:

En ik dacht, hoeveel past er eigenlijk op een heel gewone dag midden in september, is de tijd een zak waar je het maakt niet uit hoeveel in kunt proppen, gaat hij nooit gewoon van hier naar daar, maar in plaats daarvan in cirkels, en kom je zo elke keer weer op de plek waar je begon.

Vragen
Het bedachtzame ritme wordt nooit echt doorbroken, wie er ook aan het woord is. De roman bevat een recordaantal komma’s, en daarentegen geen enkel vraagteken. Alsof Petterson wil onderstrepen dat aan Tommy en Jim nooit echt iets gevraagd wordt, dat ze weinig te kiezen hebben in het leven. Het levert in elk geval merkwaardige dialogen en lange, golvende zinnen op:

‘Hoi’, zei ik. ‘Ben je hier al lang.’
‘Nee,’ zei hij, ‘helemaal niet.’ Maar dat was niet waar, hij stond hier al de hele tijd, ik kon dat zien aan de manier waarop hij eerst op zijn ene been leunde en toen op het andere, zoals je doet als je te lang hebt gestaan, achter een toonbank bijvoorbeeld, in een winkel.

Twee wegen is een indrukwekkend boek, teder geschreven op precies de juiste snaar. Het is tragisch, somber, maar van begin tot eind met een warme grondtoon. Dat het leven de moeite waard is, ondanks alles (en hoe verhalen daar aan bijdragen). Een boek dat in de winter bij de kachel kan worden gelezen, dat warm en koud tegelijk is. Het zou me niet verbazen als de lente wacht met doorbreken totdat iedereen dit boek heeft gelezen.