Dagboek van de burgemeester (2)

25-3

Het is vandaag! Ik leg de 15 kilometer veel sneller af dan normaal. Eenmaal weer thuis oefen ik m’n tekst al dwalend door het huis een paar keer hardop. Er is iets wonderlijks gebeurd: er is tegenwoordig zín om iets voor te lezen. Desalniettemin drinken we eerst een glas wijn op het terras. In de bibliotheek zijn mensen. Veel mensen. Johanneke hangt de ketting om mijn nek en dan lees ik Held voor. Het is fijn hoe stil het is. En dit: net na het applaus, hoor ik iemand zacht tegen haar buurvrouw zeggen ‘oh… mooi hè’.

Ik vraag me af: ziet een ander hier iemand stralen of vooral het ongemak?

26-3

Het voelt een beetje als tentamenweek: er is weinig tijd te vieren wat goed ging, er moet gestudeerd voor de volgende dag. Ik zet de wekker om zeven uur en lees de laatste hoofdstukken in Van dode mannen win je niet. In een recensie las ik ‘gesublimeerde verschrikking’, een treffende term. Omdat deze schrijver de rest van de dag mijn gezelschap zal zijn, hoef ik geen taart. Mensen die mijn klamme hand schudden, beloven me dat hij ‘heel aardig’ is.

Tot mijn verwondering lijken de Schrijver en ik al snel van twee-mensen-die-zich-niet-bepaald-op-hun-gemak-voelen-bij-dit-soort-evenementen, veranderd in twee-mensen-die-zich-bij-elkaar-op-hun-gemak-voelen. De introducties die ik doe in de cafés waar de mensen op hem wachten, worden steeds langer en spontaner. Inclusief grapjes en vragen. De ketting die ik draag, maakt me onverschrokkener – als je me gisteren had verteld dat ik de terrassen op zou rennen om mensen een voor een naar binnen te lokken, dan had ik je niet geloofd.

Hij zegt: ‘Goede boeken komen vanuit de pijn van de schrijver.’ En later: ‘In sommige boeken lees je dat de schrijver nog niet weet waar precies de pijn zit.’ Ik stel de brandende vraag: ‘Maar wat als je wel weet waar het zit, maar er niet naartoe durft?’ Volgens hem is het geen kwestie van durven. En zeker geen kwestie van inspiratie. Hup, aan het werk. Ik geloof dat dat de boodschap is.

In de zon met de Schrijver, met een woord boven mijn hoofd dat hopelijk de status van mijn schrijverschap samenvat. 

27-3

Vanavond staat een lezing van Frank Westerman op het programma over dit boek. Als ik de slapende man op mijn bank wakker maak om te zeggen dat ik op pad moet, zit hij binnen een seconde rechtop om mee te gaan. Het is nog licht en weer om ijs te halen bij Talamini, om over de bruggen te wandelen en te verzinnen wat we in de zomer willen doen, maar in plaats daarvan gaan we de boekhandel binnen. Met ons meegerekend is de gemiddelde leeftijd van het publiek alsnog zo ongeveer vijfenzeventig. We zijn onder de indruk van Frank, die niet-navertelbaar veel kanten op vliegt met zijn verhaal maar altijd binnen de door hemzelf uitgezette lijnen blijft van een vurig pleidooi voor nuance.

De pauze duurt lang omdat alle boeken worden verkocht en moeten gesigneerd. Lang genoeg voor mij om verliefd te worden op een boek uit het antiquariaat: Atlas van de Belevingswereld. Wat een titel! De uitwerking is zo mogelijk nog mooier. Een ieder die de komende weken bij mij op visite komt, krijgt het onder de neus gedrukt (en vervolgens een boek van Walter van den Berg mee naar huis).

<insert heart:eyes emoticon> Je kan hiervan ook kaarten kopen die je aan de muur kan hangen. 

28-3

Vanavond Boris Dittrich in DAVO. Hij vertelt op prettige toon over zijn leven en zijn boek. Het is een fijne avond, ik drink bier met K. en er is veel meer tekst dan er tijd is. Van te voren was me gevraagd ook iets voor te lezen, ‘het liefst binnen het thema en vooral niet te lang’. De thema’s die ik had kunnen ontwaren: thrillers, Berlijn, terrorisme en de LHBTI (zoek maar even op). Niet makkelijk om bij aan te haken, maar ik kwam enigszins in de buurt door dit voor te lezen, een voorzichtig stuk tekst uit het tijdperk der verwarring.

Voor wie vreest dat ik naast mijn schoenen zal gaan lopen: als ik deze foto zie is het eerste wat ik denk: brrr-ballonkuiten.