Dagboek van de burgemeester (3)

29-3

Vreemde scene in de Jumbo: dromerig als vaker in de supermarkt sla ik rechtsaf het gangpad van de chips in. Er staan drie mensen met elkaar te praten, iemand roept: ‘Dus de burgemeester doet ook maar gewoon zelf de boodschappen!’ Het duurt een paar seconden voor ik begrijp dat ik word aangesproken. Ik glimlach en maak rechtsomkeert. Het voelt raar als het tot hier doordringt. Dan maar geen chips.

Derde lezing op rij vanavond, Xandra Schutte vertelt over de dagboeken van Doeschka Meijsing. Mooi maar een beetje weifelend, lijkt het. Na afloop mag ik opeens het podium op, geheel onvoorbereid deze keer. Het gaat, al doet mijn stem raar – maar na afloop raken mensen mijn schouder aan.

30-3

Ik spijbel vandaag – even ademhalen. De dag bestaat uit sporten, werken, sushi afhalen, joggingbroek aan, pubquiz afmaken en slapen.

31-1

Met C. naar theater Bouwkunde, waar we worden verrast door Brainwash. En wat heel fijn is, voor de afwisseling: ik ben publiek. We drinken wijn, lachen schouder aan schouder hardop en gaan als laatste naar huis. Als zij in de trein zit, ga ik nog in bad. Ik zeg het maar eerlijk: the Voice Kids teruggekeken. Ongeëvenaard ontspannend effect heeft dat.

1-4

Na een ochtend in de zandbak volgt een middag in de bieb. Ik luister, lees een paar keer voor (hoor hoe nonchalant dat klinkt) en leg samen met M. de laatste hand aan de pubquiz. Vriendin F. is er, persoonlijke styliste en complimentenmachine in een, in de avond haasten we ons door de regen naar het theater.

Tien minuten voor vertrek kan ik het boek waarin ik alle stukjes heb geplakt opeens nergens vinden. Ik zou iets voorlezen wat bij de avond paste, maar er is geen tijd meer en ook geen printer. De laatste tien minuten van de voorstelling wil ik het liefst verdwijnen. Ik weet dat ze me straks naar voren roepen en dat ik dan iets voor ga lezen wat in het geheel niet bij de sfeer en de avond past, maar wat ik toevallig op een los papiertje had. Ik probeer mezelf gerust te denken, me vast te houden aan alles wat al goed kwam deze week, aan wat ik heb geleerd, maar de tijd tikt en de paniek trekt aan me. Er zit niets anders op dan op te staan bij het horen van mijn naam.

(Hoe het ging, zie je hier.)

2-4

Fijne ochtend in het nieuwe huis, met broodjes uit de oven, ontbijt op het balkon, blote benen en een tijdschrift in de zon. De man is er en de stress is weg: vanmiddag alleen nog de pubquiz en daar verheug ik me op, net als op het voorlezen van het laatste stukje tekst.

Eenmaal in het café blijkt dat ik het ernstig heb onderschat: wat deelname aan een pubquiz op zondagmiddag met ijverige mensen doet. Zoiets als wat Simba met de hyena’s deed. Een onderuitgezakte vrouw met wijn roept steeds: ‘Wat een ***vraag!” en het duurt lang voor het me lukt om me dat niet persoonlijk aan te trekken, maar te beseffen dat ze bedoelt dat het antwoord niet weet. In de pauze maak ik een rondje om de formulieren te controleren. Alle teams beweren dat ze zich kostelijk vermaken, dus de tweede helft doe ik dat ook wat meer.

Het is de bedoeling dat ik nog iets voorlees tot slot. Een afscheidswoord van de burgemeester. Maar de mensen zijn wild en drinken wijn, na twee uren van volle concentratie volgt tomeloze ontlading. Na gisteren ben ik m’n durf een beetje kwijt. Ik denk: misschien moet ik maar niets meer zeggen. Ik wil dat het echt is, niet dat mensen alleen maar luisteren uit beleefdheid.

De punten zijn geteld, maar een laatste vraag is nodig om de winnaar te bepalen. Een benaderingsvraag. Opeens weet ik hoe het stil kan worden. Wat als ik het antwoord in mijn tekst verstop, is dat geen prachtige manier om aandacht af te dwingen. Als ik begin voor te lezen is het muisstil – als een kleuterklas die ademloos een film kijkt. Ik geniet (verboden woord) zo erg van deze kunstgreep dat ik bepaalde woorden nadruk geef en een paar keer zogenaamd veelbetekenend de zaal in kijk. Als ik klaar ben, volgt luid kabaal. Even is het stil en dan stel ik met een grote glimlach de vraag: ‘Uit hoeveel woorden bestond dit verhaal?’

Mooi einde vind ik, van een overweldigende week. Nog zoveel meer beleefd dan opgeschreven, nog zoveel dat nog rondtolt in mijn hoofd. Het meeste van wat ik deed lag mijlenver buiten mijn comfortzone, en van steeds zo ver op pad gaan word je moe. Maar ook blijer, en wijzer, en beter gewapend tegen de wereld – tegen almaar alles laten binnendringen.

Maar voorlopig ga ik eerst een poosje ont-beleven. Wonen, lezen, series kijken, zoenen, koken, yoga, kabelgootjes leggen, plantjes laten groeien, dat soort stille dingen.