Cees Jan

Het is stil hier hè. Vaak zijn het mensen die me eraan herinneren, soms facturen. Of ik nu eindelijk aan een roman ben begonnen. Of ik misschien te gelukkig ben. Nee hoor, geen zorgen. Het is stil met een reden. Ik maak iets, ik schrijf ergens.

Op verzoek van zijn vrouw, die in groep zes mijn juf was, schrijf ik over Cees Jan. Over zijn leven en de laatste weken daarvan. Oersterke brandweerman, vader van twee. Druk en gelukkig, in wat het midden van het leven hoort te zijn. Aan het begin van deze zomer stopte opeens zijn hart met kloppen.

Niet veel later vroeg ze of ik het allemaal zou willen opschrijven. Een verhaal, een boek misschien. Een reconstructie van de laatste weken. Verhalen over wat voor man hij was. Verschillende vertellers. Voor later, maar ook voor nu. Om de chaos in haar hoofd, de angst om te vergeten, te bedaren tot zinnen op papier.

Dus fiets ik naar haar huis, dichtbij dat van papa en mama. Het is nieuw en er moet nog van alles. Daar was hij nog mee bezig. Project tuinhuis begon net vorm te krijgen. Nu maken andere brandweermannen het af. Mooi voor het verhaal, kameraadschap, maar hier is het te echt. Die wrange tegenstelling is er steeds. Pijnlijke details die het verhaal versterken. Ze praat, ik typ, ze hapert, ik typ, ze huilt en ik verontschuldig me voor het typen. Meer geconcentreerde schrijver dan aandachtig medemens. Ze zegt dat het juist fijn is. Een plek waar het kan liggen.

Ik heb nog nooit zoiets omvangrijks geschreven. Ik heb nog nooit het verhaal van iemand anders verteld. Het is anders, alles is echt en dat geeft weinig ruimte. Het moet meer aanvoelen zijn dan zelf voelen. Of toch juist niet. Het is een raar mechanisme. Dat ik het verhaal uit iemand haal. Bijna als een operatie. Zij zich vervolgens lichter voelt, ik zwaarder.

Als ik naar huis fiets zijn er tranen, maar als ik thuiskom is er een man die ik fijn kan knijpen. Een heet bad tegen de zorgen om het maken van een zo goed mogelijk verhaal. Soms denk ik een moment: ik kan het niet. Het weegt te veel.

Maar zij kan niet naar huis fietsen. Daar denk ik aan, en dan schrijf ik. Als het er dan staat, als het is gelukt, dan is het gewicht verschoven naar de zinnen. Zinnen die ze nauwelijks kan verdragen.

Verdriet is zoveel mooier op papier.