Hoogtevrees

Het was al lang geleden dat ik ergens was waar ik het liefst weer wilde verdwijnen, dat ik me met armen en benen in een scene bevond die ik liever op tv had gezien. Het gebeurt nooit buiten, altijd binnen. In een ruimte met mensen die ik mateloos bewonder. Veelal in collegezalen. Of zoals vandaag: in een boekwinkel.

Ik was in De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam, op wonderlijke uitnodiging van mijn lievelingsschrijver: Alex Boogers. Het was de presentatie van zijn nieuwe boek Alleen met de goden, dat een dag ervoor op mijn deurmat was gevallen. Of nee, dat is niet waar, het is zijn eerste boek dat niet door brievenbussen past. Hij had me een bericht gestuurd. Alleen dat al, dat schrijvers ook mensen zijn die privéberichten kunnen versturen op facebook, is een gegeven dat mij uren uit de slaap kan houden.

Een boekwinkel bleek bij uitstek een geschikte locatie om intense verlegenheid te verhullen: ik las zo’n 50 kaften. Maar ik kocht geen enkel boek. 50 kaften lezen en nul boeken kopen, dat is een totaal niet-representatieve verhouding voor mijn consumerend gedrag op alle andere dagen. Dat is dus wat een dik, ongelezen boek van Alex Boogers in mijn tas met me doet.

Meer dan wat dan ook ben ik een lezer. Een stille bewonderaar. Ik legde mijn jas in een hoekje en durfde nauwelijks om me heen te kijken. Dit was zo’n feest waar iedereen wel iemand anders kende, behalve ik. En ik zag Arie Boomsma. Kluun. Er stond wel wijn maar ik durfde geen glas te pakken. Ik stond in mijn sjaal gedoken tegen de muur geplakt. Slungelig, een olifant. En tegelijk veel te klein voor dit gezelschap.

Er zongen en er spraken mensen door de microfoon, zonder te stamelen, zonder zichtbaar te zweten. Er was een man die zei dat hij geen goede spreker was en sprak totdat ik dacht: als jij geen goede spreker bent, dan zeg ik nooit meer iets. Er waren mensen die elkaar omhelsden, mannen die elkaar complimenten gaven terwijl ze elkaar aankeken. En Alex Boogers was er. In een tegenovergestelde rol aan die van mij, in pak en op het podium, leek hij zich exact net zo ongemakkelijk te voelen als ik.

Na het laatste applaus draalde ik nog een paar minuten rond een boekentafel en maakte me toen stilletjes uit de voeten. Naar buiten waar ik weer kon ademhalen. Ik verheugde me op de treinreis terug naar huis, lezen, nog even alleen met mijn duizend gedachten. Maar ik kwam noodgedwongen en zeer onzacht weer in de gewone wereld terecht. “Dames en heren, wij maken een extra stop op Station Amsterdam RAI in verband met de huishoudbeurs…”

(Lees hier m’n recensie van Alleen met de goden.)