Overstroomd

Ik was overstroomd en toen waren er vrienden die zeiden: hier heb je een huis, hier heb je een auto – gewassen en met een volle tank. Op het aanrecht liggen kaarten voor de sauna. Ben je niet bang voor onweer? Dat was meer dan genoeg. Dat ik zulke vrienden heb gemaakt, stelt me gerust. Ik doe niet alles fout.

Nu woon ik in het huis en zit ik ‘s avonds met aardbeien en een boek in het gras. Schrijven lukte tot nu toe niet, mijn hoofd was leeg. De was doen lukt nog net. Het lijkt wel vakantie, als we even vergeten dat ik eigenlijk al een huis had, en een man bij wie ik me had voorgenomen voor altijd en elke dag te blijven.

Het is nu erg ver fietsen naar mijn werk. Op de momenten dat er een fietspomp binnen handbereik is, bijvoorbeeld als ik ga barbecuen bij papa en mama, vergeet ik mijn band op te pompen of stel ik andere prioriteiten. En elke ochtend als ik een uur eerder ben opgestaan, veel te hard tegen de wind in trap, als mijn kapsel wordt geruïneerd door de wind en zweet mijn make-up verpest op een fiets met slappe banden, als ik eigenlijk wil huilen van alle frustratie, denk ik: nou dit ben ik dus. Een allerliefste auto voor de deur en elke ochtend eigenwijs deze strijd leveren. En dan glimlach ik breed op de fiets, soms net zolang tot er een vlieg mijn mond in vliegt.

Toen ik student was en heel vaak ‘s avonds wijn ging drinken in de stad, voelde ik me met regelmaat zo verloren. In een kroeg, later in bed, ik kon geen nee zeggen tegen de man van wie ik wist dat hij slecht voor me was en raakte zo ultiem teleurgesteld in mezelf. Slappeling. Ik dacht dat het een het ander uitsloot: dat gevoelig zijn betekent dat je hoe dan ook niet sterk bent.

Ik vermoed dat ik daar toen zo erg van geschrokken ben, dat ik begon met sterker maken. Hardlopen hielp, zwijgen en hard werken ook. Nu ben ik 28, heb ik stalen beenspieren, woon ik alleen en aan het einde van de wereld zonder bang te zijn, niet voor onweer en niet voor stilte, en zegt iemand die me als geen ander kent: misschien ben je een beetje te taai geworden.

Ik wil best weer een stapje achteruit, of me gewoon achterover laten vallen, in iemands armen, maar ik lijk vergeten hoe dat moet. In iemands armen liggen. Morgen ga ik gewoon weer op de fiets.