Teun (3)

Nog nooit zag ik van zo dichtbij hoe groeien gaat. Hoe alles van als nieuw naar steeds kordater kan, en nu je twee bent soms zelfs met bravoure.

Wat groeien eigenlijk is. Zoiets als: steeds meer gebied veroveren waarin je je vrij durft te bewegen. Verzamelen wat je nodig hebt voor dappere nieuwe stappen.

Zo’n baby was je echt: zo een die alles de eerste keer met argwaan bekeek, die meer dan eens moest wennen aan de mogelijkheden die in de dingen besloten lagen. Een baby die z’n glimlach duur verkocht, en me zowat deed janken van trots toen je voor het eerst je armen naar me uitstrekte.

Heel langzaam won de wereld je vertrouwen. Eerst de dieren, toen de apparaten, toen de mensen. Steeds vaker zie ik je zomaar ergens in duiken, zonder eerst met achterdocht de alternatieven af te wegen. Kopje boven komen met een triomfantelijke schaterlach.

Kleine uitvinder, lieve kleine avonturier. Rek de grenzen van wat je durft maar eindeloos ver op. Neem dat hartveroverende lef, hoe ver ook, met je mee. Maar als je ooit, als toch, als iets of iemand, als het pijn doet, als je schrikt, dan wacht je tante hier, oké?

 

Ik schreef ook Teun en Teun (2).