Teun

Je hoeft straks nooit bang te zijn dat er niemand op je zat te wachten. Integendeel. We kunnen nauwelijks nog stil zitten, slapen bovenop de telefoon en maken al onze afspraken onder voorbehoud. Wij die niet in fabeltjes geloven voeren je moeder verse ananas en bruine bonen. Als we je komst konden versnellen door – ik noem maar wat – vanavond naakt te collecteren aan de deuren, dan zouden we nog voor het donker met de hele familie op pad gaan.

De familie waarin speciaal voor jou een grondige reorganisatie wordt doorgevoerd. Iedereen schuift zonder morren een stukje opzij. Behalve papa, die loopt nog net wat breder dan hij al deed. En oma oefent al maanden op het woord overgrootoma (ze lijkt steeds een beetje minder te schrikken van de tijd die zich in dat woord verschuilt).

De zon schijnt en we rekken de zomer nog wat op. Wat in de kranten staat zal ik je besparen. Straks zal het ons verbazen: hoe alles nog wachtte en we dachten dat de camper al vol zat. We willen zo graag weten of het echt zo is, of er echt een baby in de buik van mijn zusje zit. We hebben pyjama’s voor je klaargelegd, kamers voor je opgeknapt en stapels luiers voor je ingeslagen. Word nu dus maar gauw geboren. We hebben ons al duizend keer geprobeerd voor te stellen dat je er straks bent en zal fronsen als je vader of zal lachen als je moeder – en het is ons nog niet één keer gelukt.

Lees hier Teun (2).