Theater

Morgen lees ik, in het enige theater dat mijn stad vooralsnog rijk is, wat dingen voor. Dingen. Teksten. Zinnen. In de meeste conversaties gaat het al mis zodra ik er een term voor moet verzinnen.

‘Wat ga je doen?’
‘Voorlezen.’
‘Wat ga je voorlezen dan?’
‘Dingen.’
‘Wat voor dingen?’
‘Dingen die ik zeg maar zelf heb geschreven.’
‘Gedichten?’
‘Hmm mwah. Zoiets ja. Zinnen. Korte dingen.’

Het is de vraag of men op basis van dit verkooppraatje over zal gaan tot de aankoop van een kaartje. Ik werk op een marketingafdeling maar waar het de marketing van mijn eigen talenten betreft, is er ruimte voor verbetering. Ik ben zo goed in geringschattend doen. En naarmate zo’n avond dichterbij komt, word ik er almaar beter in.

Het voelt nog altijd als de allereerste keer. Toen ik vijftien was, iets had opgestuurd en dat allang weer vergeten was. Op een doodgewone avond ging de telefoon. Een meneer:

‘Je hebt de grootste poëziewedstrijd van Nederland en Vlaanderen gewonnen.’
‘Niet.’
‘Wel. Er waren ruim negenduizend inzendingen en jij hebt gewonnen.’
‘Echt?’
‘Echt. De jury vindt het een prachtig gedicht.’
‘O…’ (Mijn hart bonkt en ik druk de telefoon tegen mijn oor. Pas als iemand anders het zegt, krijgt het gewicht.)

Dat schrijven vaak niet alleen schrijven maar ook voordragen betekent, ontdekte ik vlak daarna. Ik werd geacht in de Stadsschouwburg van Groningen het winnende gedicht voor te lezen. Het zou al met al minder dan een halve minuut in beslag nemen, maar ik betwijfelde ten zeerste of ik het zou overleven. Daar gaan staan. De stilte van een volle zaal vullen met wat ik te zeggen heb – de geheimste gedachten prijsgeven. De tijd nemen. Ruimte laten aan elke zin. Poedelnaakt. Adem blijven halen. Dwars tegen alles wat comfortabel is in.

Wat helpt is dit: mezelf eraan herinneren waarom mijn primaire reactie ja was, een blij en overtuigd soort ja, koortsachtig bijna, toen ik voor deze avond werd gevraagd. Waarom ik schrijf, waarom ik dat wil delen, waarom uiteindelijk altijd liever wel dan niet.

Omdat het afstand opheft tussen mij en wat de wereld is. Omdat iedereen een eigen vorm van communicatie mag kiezen om dat te proberen, minder alleen te zijn, dichterbij de ander te raken. Omdat deze manier zo stellig de mijne is.