Weekend (3)

Echte bloggers vertellen over hun weekend. En laten er foto’s van zien. Ik probeer in 2016 ook mijn weekend(gedachten) te delen. Het mislukt vaker dan het lukt, maar dat geeft niet, want ik ben natuurlijk geen echte blogger.

Op vrijdagmiddag heel hard naar huis fietsen omdat mijn neefje daar al is. Het heerlijke kind dat minstens twintig dierengeluiden kan en bij het konijn heel lief zijn neusje drie keer optrekt. Schoenen voor hem kopen en kijken hoe hij er de laatste 150 meter op naar huis loopt, 150 meter waar we 40 minuten voor nodig hebben omdat elke centimeter van de wereld het ontdekken waard is. Dat hij later zo lief gaat slapen dat we wantrouwig worden en een paar keer gaan kijken. Hoe lekker hij dan ruikt. Later zelf niet kunnen slapen. Zinnen typen op mijn telefoon om mijn hoofd leger te maken. Denken denken denken. Hart dat te snel klopt. Heel soms ben ik nog niet zo goed in alleen slapen.

De volgende dag (die om 4.30 begint naar de wensen van mijn logeetje) beginnen met de minder gewelddadige episodes van Kung Fu Panda en een jongetje dat bij elk hapje pap dat hij eet “mmmmmmm!” zegt. Dan naar de kapper. Vier uur verplicht stil zitten, met de Volkskrant, een boek, een fascinerende sociale omgeving en een hoofd dat brandt van de chemicaliën die erop zijn losgelaten. De tijd voor de krant is heerlijk, maar het uitspoelen van de verf met de vingers van de kapper voelt alsof er tandenborstels over open wonden poetsen. Als ik eenmaal in de spiegel durf te kijken, schrik ik vreselijk en op straat lijkt het alsof iedereen naar me kijkt. In een rechte lijn naar huis, voor een paar uur wennen, 200 selfies en een facebook-update. Pas bij 70 likes durf ik naar de supermarkt. Waar ik wodka koop, omdat Rens Kroes dat aanbeveelt als manier om enigszins verantwoord dronken te worden. Ik kook voor mijn zusje en we drinken de wodka met spa rood grapefruit. We kijken Wie is de mol en Robert ten Brink (dat klinkt minder erg dan All you need is love. Of toch niet). Ik ga vroeg naar bed want mijn dag duurt al zo lang. Mijn hoofd op mijn kussen leggen doet pijn, maar ik slaap binnen een minuut.

Zondagochtend: uitgeslapen naar beneden om havermout en thee te maken, dan weer terug in bed. Netflix aan. Moed verzamelen voor zoveel mogelijk kilometers hardlopen door de sneeuw. Over de brug, over de dijk, langs het spoor, richting het huis van opa. Dat alles vergezeld door de levenswijsheden van Justin Bieber. Soms zou ik willen dat ik wat minder tekst-gefocust was. Hardlopen, en dan vooral geïmproviseerde lange afstanden in je eentje, heeft een sterk therapeutisch effect. Alsof je pas dan de tijd krijgt om alles wat je bezighoudt een voor een van alle kanten te bekijken en dan ergens in een hoekje neer te leggen. Fijn vind ik dat. En confronterend ook vaak, een reden om niet aan een lange duurloop te beginnen. Maar vandaag ben ik mezelf er dankbaar voor, en ik loop zonder moeite met als eindstation warm bij papa en mama. We praten en ik eet en drink voor drie. Papa brengt me weer naar huis.

Snel douchen, mijn zere hoofd onder de kraan. Omdat meneer de kapper zei dat de kleur mooier wordt na een paar keer wassen. En omdat je van hardlopen gaat stinken, zelfs als het buiten vriest. Alles in een kwartier en lunchen in de stad met een vriendin die binnenkort een dochter krijgt. Wonder. Vinden dat ik veel te veel praat en klaag. Eenmaal thuis beseffen dat de sleutel nog in mijn hardloopbroek zat. Anderhalf uur op mijn zusje wachten in de wijnbar om de hoek. Tinder ontdekken. Hardop lachen om iemands openingszin. Mooie verhalen lezen. Eenmaal thuis uit luiheid vieze curry eten. Uurtje werken. Voetbal kijken. Verder kletsen met met een man die even later geen kinderen blijkt te willen. Op de bank zitten en denken: ondanks alles was dit een erg fijn weekend. En ondanks de 100 virtuele complimenten durf ik morgen mooi niet naar mijn werk met dit haar. Maargoed. Vroeg naar bed. Met een nieuw boek. Met goede moed.