Zomer

Het afgelopen jaar schreef ik stukjes die ik niet wilde publiceren, maar die ik wel moest schrijven. Nu het onzekere wachten niet meer aan de orde is, wil ik ze toch delen. Wie weet draagt het bij aan het een of ander.

Iemand zei: als je eenmaal een afspraak met een gynaecoloog hebt gemaakt, dan zul je zien dat je opeens zwanger bent. Toen dat niet waar bleek te zijn, was de teleurstelling groter dan in de andere maanden. Er waren ook mensen die zeiden: je moet je er niet zo druk om maken, dan lukt het ook niet.

(En verder, op de afdeling schuld: ‘dat past toch ook nooit in jouw buik’ en ‘zie je nu wel dat al dat hardlopen niet goed voor je is’. Opvallend genoeg was er nooit iemand die hardop twijfelde aan het aandeel van mijn man.)

Er was een zusje dat hatseflats zwanger was en zei: de volgende neem ik niet in de zomer hoor. Als iemand vroeg of het voor ons niet eens tijd werd, maakte ik de ene dag een grapje en sprak ik de andere dag zonder op te kijken een kwetsbaar zinnetje uit. Er waren mensen die naarmate de tijd verstreek stopten met vragen stellen. Er was nog nooit zo’n duidelijke invulling van de categorie gevoelig onderwerp.

Er was de wijze les dat alles nu eenmaal niet altijd volgens schema verloopt of eerlijk verdeeld is. Ook niet als het huis af is, als je jong en blakend van gezondheid bent of de trucjes toepast die google adviseert.

Er was de kunst niet jaloers te zijn. Geen feestjes te vermijden. Niet de moed te verliezen. De kunst om op een werkdag geen kik te geven als de teleurstelling brandde in mijn buik. En elke maand de afweging hoeveel ruimte ik het leed mocht geven – of ik wel of niet een dag in bed zou blijven.

Er was nog nooit zoveel heen en weer geslinger. Nog nooit zoveel teleurstelling te incasseren. Iemand zei: je kunt toch niets missen wat je nooit hebt gehad en ik dacht – behalve dat het de hoogste tijd wordt te leren van me af te bijten – maar ik had het toch. Ik hield de wens al mijn hele leven als een favoriet knuffeldier dicht tegen me aan gedrukt.