Karakter

Nog maar 75 dagen tot de marathon. De ene dag ben ik vol vertrouwen, de andere vol lichte paniek. Net als in het echte leven: soms verheug ik me op de volgende zomer, soms zet ik me schrap tegen de tijd.

Het trainen voor een marathon doet me wel vaker denken aan het echte leven. Hoe kilometers als dagen zijn, en dat je goed voor jezelf moet zorgen. Maar voor mij misschien nog het meest in deze zin: het bouwen aan zelfvertrouwen en hoe moeizaam je verder komt zonder.

Als ik naar mijn geliefde kijk dan denk ik: zelfvertrouwen bestaat uit één stuk. Als een matras, een bodem waar je op kunt slapen en springen. Maar zelf blijf ik het maar verzamelen alsof het uit duizend losse veertjes bestaat. Heb ik net weer een potje vol, zie ik dat een ander omgewaaid is.

Zo blijf ik het bangst voor de laatste kilometers, omdat iedereen roept dat die ‘op karakter’ moeten. Ik denk steeds dat ik dat karakter pas daar voor het eerst zal tegenkomen, ergens in het Kralingse bos. Niet als de duizend stukjes die ik me tot nu toe voel, maar een karakter dat zich toont in één seconde: vechten of in armen vallen.

Ik heb niet voor niets alle bekende armen allang verzocht om pas bij de finish op mij te wachten. Vechten gaat me beter af met minder vluchtwegen. Nog 75 dagen. En om optimistisch te eindigen: er zit er ook eentje vol. Een potje vol liefde voor dit lijf. Mooie benen, mooie buik. Of, zoals mijn geliefde graag zegt: lekker wijf.

Dat is met gemak de beste bijkomstigheid van dit hele project. Dapper lijf! Zo. Dat mag heus ook wel eens gezegd.