Marathon: Panty

Ik las dat hardlopers die eigenwijs zijn als het op blessures aankomt, doorgaans een slecht zelfbeeld hebben. Iets met een identiteit die te zeer leunt op hardloopkunsten. En omdat ik geen slecht zelfbeeld wil hebben, hoopte ik dat het omgekeerd ook zou werken. Dat een preventief bezoek aan de fysiotherapeut wonderen zou doen.

De fysiotherapeut in kwestie was een jongeman met wie er in andere omstandigheden (ik stel me een sportschool of een zwembad voor) misschien wel geflirt zou zijn.

‘Doe je schoenen maar uit en ook je… wat is dat ook alweer…’
‘Dat heet een panty.’
‘Oja, sorry. Ik ben een man hè.’
‘Dat had ik al gezien.’

Afgezien van deze dialoog die evengoed op de rand van een bed had kunnen plaatsvinden, bleven we professioneel. Hij vertelde over nieuw wetenschappelijk onderzoek en duwde vervolgens een apparaat op wielen de kamer in. Het bleek een mechanische hamer, waarmee hij op mijn beide schenen duizend klappen gaf.

De hamer moet de botdichtheid verbeteren. Dat is alles wat ik weet. En dat het zeer deed, dat ook. Zoals Marieke meelevend opmerkte: ‘Botdichtheid? Botbreuken zal je bedoelen.’ Tweeduizend klappen verder (deze keer overdrijf ik niet) mocht ik mijn panty weer aandoen.

Wonderen voor mijn zelfbeeld heeft het niet gedaan. Om verschillende redenen niet. Om te beginnen vond ik mijn benen op de behandeltafel niet mooi, en wat te denken van mijn hardlooptenen. Om nog maar te zwijgen over het verboden woord dat hij in zijn mond nam: platvoeten. Nee, flirten was het niet. Misschien ga ik volgende week wel eerst onder de zonnebank, en naar de pedicure. Dan hebben we ons tweede afspraakje. Het moet maar. Ik zal nog wel meer mannen met hamers moeten trotseren.