Brief aan alle donateurs

Allereerst: dankjewel. Ik wil je graag vertellen wat ik dinsdag heb gezien, waar ik ben geweest. Ik wil graag dat dit niet het zoveelste zielige verhaal wordt dat je leest, dat je binnen tien minuten weer bent vergeten. Ik wil graag je volle aandacht voor de kinderen van Mitchell’s Plain.

SONY DSC

Om eerlijk te zijn: het aangaan van het hele Kaapstad-avontuur had in de eerste instantie behoorlijk egoïstische motieven. Ik wilde dit meemaken. Ik wilde die stad zien. In de maanden die eraan vooraf gingen was ik drukker met mijn eigen fitheid dan met het goede doel waarvoor we zouden lopen. Bij het inpakken van mijn koffer dacht ik eerder aan een extra paar hardloopschoenen dan aan een grootverpakking bellenblaas om uit te delen.

Ik wist de hele tijd: als ik daar straks ben geweest, de kinderen heb ontmoet en de verhalen heb gehoord, dan piep ik waarschijnlijk wel anders. Dan ben ik voortaan gevoelig voor elk zielig gezicht op tv. Maar zolang het nog op afstand bleef, kon ik me blijven richten op een zo goed mogelijke halve marathon. Ik wist wel waarvoor, maar ik wist het ook weer niet. Ik wist het dinsdag pas.

Met een bus reden we het mooie, rijke deel van Kaapstad uit. We keken uit het raam en zagen kilometerslange krottenwijken, bergen vuilnis langs beekjes en kromgebogen, rondscharrelende mensen. Leslie vertelde de feiten: 2 miljoen mensen wonen in deze wijk, Mitchell’s Plain. 143.000 kinderen beginnen op de basisscholen, slechts 15.000 maken ‘m af. Een paar meter van de school vandaan staat het huis van de grootste bendeleider uit de buurt. Het is een van de gevaarlijkste plekken ter wereld om geboren te worden.

SONY DSC

In de school vertelt het schoolhoofd over de dagelijkse werkelijkheid van de kinderen. Ze is nogal een goeie spreker: als ik de kamer rondkijk zie ik heel wat tranen over wangen rollen. Ook ik, en geloof me ik huil nooit in gezelschap, kan het niet voorkomen. Ik zou mijn halve marathon in een seconde inruilen als ik dit verhaal hier zou kunnen overbrengen zoals deze dame daar deed, als ik jou kon laten voelen wat er in die kamer gebeurde. Maar dat kan niet, dat weet ik, daarvoor liggen Nederland en Mitchell’s Plain veel te ver van elkaar vandaan. Ik kan alleen proberen te vertellen wat er op die dag is omgedraaid in mij, en wat nu nog steeds overdwars in mijn maag ligt.

Ze vertelt over alle negatieve krachten die elke dag uit alle macht aan de kinderen trekken: drugs, bendes, kogels, misbruik, diefstal: de harde manier van overleven. Wat een opgave het is om daar iets positiefs tegenover te zetten, hoe moedeloos je daar in deze omstandigheden van kunt worden. Ze zegt: stel je het ergste misbruik voor dat je kunt verzinnen, en deze kinderen hebben het allemaal meegemaakt. Allemaal. En ze zegt: als ze naar huis gaan is daar niets. Echt helemaal niets. Dat is geen zielig praatje, dat is voor elk kind dat je hier ziet de dagelijkse realiteit. Elke dag weer probeert de school daar iets tegenover te stellen: door te sporten, kansen te bieden, de kinderen te overtuigen dat ze iets waard zijn, dat er kansen bestaan, dat het loont om hard te werken, om zacht en open te zijn.

Dat de school voor de kinderen een happy place is, wordt meteen zichtbaar als we samen met alle kinderen op het schoolplein staan. Het is paasvakantie, maar honderden kinderen zijn toch naar school gekomen. Om samen met ons te dansen, muzieklessen te volgen, te tafeltennissen, te schaken, maar bovenal: om te voetballen. Het kunstgras voetbalveld dat Run4schools heeft aangelegd is de grote trots van de school: een prachtige, emotionele plek. Zoals een voetbalveld dat op de hele wereld is, maar dan in het kwadraat.

SONY DSC

Ieder jaar wordt hier de traditionele wedstrijd Holland vs. Mitchell’s Plain gespeeld. Nog nooit heeft Nederland gewonnen. De wedstrijd wordt serieus aangepakt: onze coach Leslie heeft al dagen over de opstelling en de tactiek nagedacht, we hebben dit jaar zulke goede voetballers dat we een historische overwinning moeten kunnen boeken.

Als het fluitje heeft geklonken staan we echter binnen een minuut met 1-0 achter. Tot zover alle hoogmoed. Ik zit aan de zijlijn, roep en gil bij alle kansen. De kinderen om me heen schuiven steeds dichterbij me, kijken met verwonderde gezichten meer naar mij dan naar de wedstrijd. 1-1! We spelen door tot de golden goal. En ik sla mezelf nog steeds voor m’n kop dat ik de camera in mijn hand heb maar net niet op het goede moment klik, als Thomas de 2-1 voor Nederland maakt en als een ware van Persie op ons af komt gerend. Hij wordt de rest van de middag door een zwerm kinderen omgeven. Het liedje dat ze al dansend voor hem zingen, krijg ik al dagen niet meer uit m’n hoofd.

SONY DSC SONY DSC SONY DSC

De rest van de middag willen de kinderen vooral graag knuffelen, foto’s maken en kletsen. Het is moeilijk deze blije gezichtjes te rijmen met de verhalen van het schoolhoofd. Het kind-zijn van al deze koppies ziet er niet anders uit dan dat van kinderen in Nederland. Onschuld, makkelijk op te vrolijken en de behoefte aan aandacht, aan bijzonder zijn. Beginnende pubers die wat stuurser kijken, jongens die niet mee willen doen met dansen.

Weten dat het wel degelijk zo is, dat de verhalen die ik gehoord heb, de golfplaten hutjes die ik gezien heb, horen bij de gezichtjes die hier nu voor me staan te springen omdat ze rondgezwierd willen worden en willen laten zien hoeveel bellen ze kunnen blazen, raakt me meer dan ik me van te voren had kunnen voorstellen. En die twee dingen aan elkaar te moeten plakken is nu, vier dagen later, nog steeds moeilijk te verdragen.

Gekkenwerk
Vaak vroeg iemand me: waarom ga je eigenlijk niet de 56 kilometer lopen? Dan zei ik: omdat het gekkenwerk is. Dan keek degene die tegenover me zat me gerustgesteld aan. Ik zag ze denken: blijkbaar is ze haar verstand nog niet helemaal verloren.

Tot en met de finish van Francien, de dagen dat de ultralopers als 100-jarige mannetjes de trappen af waggelden en iedereen al voorzichtig nieuwe plannen maakte, bleef ik bij die overtuiging: gekkenwerk, zal ik nooit doen. Maar toen ik dinsdagochtend in een ommuurd schoolgebouw zat, naar de verhalen luisterde, tranen van mijn wangen veegde, werd een strijdvaardige gedachte wakker. Gekkenwerk, dat is wel het minste wat ik voor deze kinderen kan leveren.

Dus, lieve donateurs: stel dat het kan, dat ik volgend jaar nog steeds fit ben, stel dat ik volgend jaar terugkom en de ultramarathon loop, zouden jullie dan de kinderen van Mitchell’s Plain nog eens een paar stapjes vooruit willen helpen? We zullen zien wat ik de komende maanden besluit. Voor nu in elk geval duizendmaal dank, het is zo mooi en goed wat we samen gedaan hebben, dank namens Ethan en Tiffany en Veronique en Josh bijna 143.000 andere kinderen.

SONY DSCSONY DSC SONY DSC SONY DSCSONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC