Dag 3 – Raceday

Ik heb al vele pogingen gedaan, maar ik kan deze dag niet in een kort verhaal samenvatten. Zo vroeg opstaan, samen naar de start, lopen, vechten, finishen en vervolgens 5 uur wachten tot de laatste ultraloper. Wat een dag. Wat veel voelen. Waar te beginnen.

We lopen om 5.15 in het donker naar de start. Maken een groepsfoto. Als we in vak C staan, wordt het Zuid-Afrikaanse volkslied gespeeld. Om ons heen zingen mensen uit volle borst mee. Eerste kippenvelmoment van de dag. Tactiek van vandaag: niet vooruitdenken, de weg nemen zoals ie komt. Niet rustig starten, niet langzaam opbouwen, geen reserves bewaren. Elke beklimming met het dalen compenseren. Erop vertrouwen dat de 20e kilometer makkelijker kan zijn dan de 2e. Gaan! Laten zien wat ik kan.

Tweede kippenvelmoment: We lopen op een snelweg en opeens lig ik bijna op de grond. Ik strek mijn armen al naar voren om de klap op te vangen en ik vrees al voor mijn blote knieën, maar ik kan nog net overeind blijven. Kost wel kracht. Andere lopers slaan op mijn rug en iemand roept: “Be careful with those gorgeous long legs!”

Derde: het uitzicht als de zon opkomt.

Vierde: De zorgen onderweg om mama. Een schuldgevoel bijna. Als ze maar niet uitglijdt over de waterzakjes. Als ze maar niet opgeeft. Ik weet wel dat Pelgroms oersterke mensen zijn, maar dit is zo’n zwaar parcours. Als ze maar op haar benen blijft staan. Als ze maar niet…

Vijfde: Denken aan alle trainingen die ik voor vandaag heb gedaan. Terwijl ik klim zie ik mezelf op donderdagochtenden met een slaperig hoofd in de sportschool op een matje liggen. Een rijtje oefeningen doen dat ik zelf heb bedacht, krachttraining die me vandaag deze berg op moet helpen. Tientallen van zulke trainingen schieten door mijn hoofd. Maar hoe had ik me hier ooit op kunnen voorbereiden? De weg staat bol, sloopt mijn knieën en blijft maar omhoog gaan, na elke bocht volgt een verdere klim.

Zesde: Denken aan de ultralopers. Al heb ik het nog zo zwaar, doen mijn benen minstens net zoveel pijn als tijdens de marathon, er lopen ook mensen 56 kilometer op dit bizarre parcours. Vlak na het bord met mijn afstand (18 km) staat het bord (53 km) al te wachten. Alleen dat bord al is genoeg om bijna geen adem meer te kunnen halen.

Zevende: De supporter die bij de laatste heuvel (20,5 kilometer) de longen uit z’n lijf schreeuwt om mensen die wandelen weer aan het rennen te krijgen. Met volle overgave. En het lukt hem, een voor een zet men voor de laatste keer aan. Ik ook, alsof dat wel het minste is dat ik voor hem terug kan doen.

Achtste: Het gras dat ik herken van gister. Ik ben er bijna! Zoeken naar bekende gezichten. Help me alsjeblieft de laatste meters door. En met de finish in zicht opeens het besef: er is niet voor niets nog niemand. Ik ben de eerste. Ik moet me haasten en dan langs de zijlijn op mama wachten.

Negende: De finish. Armen in de lucht. Medaille. Als ik mijn horloge uitzet: de blik op mijn armband. I carry your heart with me. Everywhere I go you go, my darling.