Diepe Hel (II)

Vorig jaar vatte ik de Diepe Hel Holterbergloop samen in het woord: makkie. De 5 mijl bleek een minder diepe hel dan de naamgeving van het evenement deed vermoeden. Er kwam dan ook weinig aarzeling aan te pas, toen ik me dit jaar aanmeldde voor de 20 kilometer.

Niet veel later ontdekte ik dat de organisatie de afstanden niet voor niets had aangepast van mijlen naar kilometers: er was geklaagd over het feit dat de 5 mijl niet echt tot het diepe hel punt reikte. Aha. Typisch iets voor hardlopers, om over zoiets te klagen. Hoe dan ook: de 20 kilometer zou bij wijze van compensatie tweemaal door de diepe hel leiden. Hoefde ik me straks geen mietje meer te voelen.

Het parcours was mooi en met dank aan de herfst en de zon zelfs prachtig, maar route-technisch van bijna saaie eenvoud: 10 kilometer de weg volgen, omkeren bij een rijtje pionnen en dan tien kilometer dezelfde weg terug. Dit was mijn plan: de heenweg in 55 minuten, de terugweg sneller. Een optimistisch plan, overmoedig zelfs misschien. Maar ik stond in het startvak en was vastbesloten mezelf tevreden te lopen.

Toch bleek al snel dat ik voor deze editie andere termen dan ‘makkie’ zou hanteren. We begonnen vrijwel meteen met klimmen en toen na 6 kilometer de diepe hel zich aandiende, was er geen enkele twijfel over mogelijk dat dit ‘m was, de titelverklaring. Ik had 3 dextro’s, sportdrank over mijn hele gezicht en tot plusminus de 9e kilometer de tijd nodig om ervan te herstellen.

De heenweg viel er sowieso vrij weinig te genieten: bij elke meter die ik dalen mocht, dacht ik alvast aan de klim die ik daar later nog voor terug zou krijgen. Kenmerkend voor mijn visie op het leven momenteel, vrees ik. En toen het eenmaal zo ver was, toen ik wonder boven wonder na 15 kilometer nog steeds op dezelfde benen liep die al na 6 kilometer ernstig protesteerden, bleek dalen – alweer net als in het echte leven – veel meer pijn te doen dan klimmen.

En toch kwam zoals altijd langzaam maar zeker de finish dichterbij, en liep ik de laatste kilometers met hervonden zelfvertrouwen. Op de foto’s die in de laatste meters van me werden gemaakt, is daar overigens niets van terug te zien. Uitputting zie je, alweer, geen opgeheven hoofd, niet de minste suggestie van kracht. Ik ga trainen, trainen, trainen en beloof voor de volgende keer, de Zevenheuvelenloop, een enthousiast en indrukwekkend wedstrijdverslag.