Endorfine-experiment

Er is een groot nadeel aan het feit dat ik vermoedelijk een van de mooiste dingen die je als hardloper kunt doen, onlangs al heb gedaan. Toen ik vorige week tijdens een reünieloop al mijn Kaapstadvrienden weer zag, bleek dat ik niet de enige was die na dat grote avontuur in een kleine hardloopdepressie was beland.

Ik vinkte nog steeds mijn rondjes af, maar echt leuk vond ik het niet meer. Ontevreden over mijn tijden, maar tegelijkertijd ook over de waarde die ik aan die tijden hechtte. Niet gemotiveerd genoeg om er iets aan te veranderen. Ik zag hoe anderen over de finish kwamen, overstroomden van emoties en vooral van stralende trots, ik zag hoe gelukkig vriendinnen waren met hun eerste drie onafgebroken kilometers.

En zelf zette ik mijn ene been voor mijn andere en voelde verder niks. Het fanatieke meisje in mij zei: er zit maar een ding op, en dat is volgend jaar die 56 kilometer in Kaapstad lopen. Maar tegelijk weigerde ik toe te geven aan de logica waarin het altijd maar meer, sneller en verder moet.

Dit weekend kwam het zo uit dat er drie sportevenementen in plusminus 24 uur stonden gepland. Dit weekend kwam het ook zo uit dat ik slecht in m’n vel zat en het liefst mijn bed alleen maar uit kwam om chocoladerepen en wafels met slagroom op te halen. Dat ik juist daarom besloot om aan alle drie deel te nemen, was dan ook voornamelijk een geforceerde poging tot opvrolijken. Een endorfine-experiment. Een paardenmiddel tegen mentale moeheid.

En zo stond ik zaterdagochtend in de sportschool te squatten met heel wat kilo’s in mijn nek, en dacht ik na de tachtigste push up met pijn in minstens tachtig spieren aan de spontane halve marathon die later die dag op het programma stond. Ik vermoedde dat ik in het gunstigste geval een deel van de spierpijn er weer uit zou lopen, en in het slechtste geval de finish niet zou halen.

We startten om 20.15 en ik vond het vanaf de eerste seconde geweldig. Het leek zo’n klassiek hardloopverhaal waarin je je elke kilometer sterker gaat voelen. Samen met mama zigzagde ik door de mensen, verwonderde me over de hoeveelheid muziek en publiek. Halverwege kreeg mama het zwaar en hoe verleidelijk het ook was om vooruit te lopen, ik bleef. Zo liep ik voor het eerst tijdens een wedstrijd stukken achteruit, kwam er voor het eerst geen moment van echte pijn. De laatste kilometers legde ik al huppelend naast mama af: ‘Kom op mam, als je nog een eindsprint in huis hebt, dan is dit het moment om ‘m in te zetten!’ Ik kon niet aan haar gezicht aflezen of mijn stuiterende energie haar de laatste meters door sleepte of juist mateloos irriteerde, maar woorden kon ze in elk geval niet meer uitbrengen. Samen kwamen we om 22.30 over de finish en er flitsten zoveel camera’s dat we ons heel even filmsterren waanden.

’s Nachts werd ik een paar keer wakker en kon ik me nauwelijks omdraaien van ellende. ‘S ochtends at ik een pannenkoek en fietste vervolgens met bijzonder zere benen naar deel drie van mijn zelfbedachte therapie: een 5 kilometer wedstrijd in eigen stad. Ik nam me voor deze als rustig uitlooprondje te beschouwen, ik kon me niet voorstellen dat er met dit krakkemikkige lijf veel meer in zat dan dat. En dat hoefde ook niet, zo was het al goed. Deze moest ik alleen nog even overleven als formaliteit.

Maar toen waren er zoveel supporters dat ik besloot om er toch maar vol in te gaan, en dan te zien waar ik zou stranden. Ik stond als een blije kip in het startvak, wat een heerlijkheid toch om zo fit te zijn. Maar al na een paar honderd meter dacht ik: doe mij maar een halve marathon, dit geforceerde ***tempo wordt nog eens m’n dood. En na drie kilometer: oké, dit is dus dat stranden waar ik het over had. Nog twee kilometer lang naar adem happen en mezelf geen seconde toestaan te verslappen, prettig was het niet. De hoofden van mijn vrienden bij de finish maakten alles goed. Mijn wonderlijke eindtijd (24.24) trouwens ook.

Eenmaal over de streep haastte ik me terug naar de zijlijn, rennend zelfs, omdat ik de allereerste finish ooit van vriendin M. niet wilde missen. Als doorgewinterde hardloper vind ik dat nog altijd het mooiste: gezichten van mensen die voor het eerst finishen. De vijf minuten tussen mijn tijd en die van haar waren de beste minuten van dit hele weekend. De afwachtende spanning van haar fans, de schouderklopjes die ik kreeg, de opluchting van ‘ja! Daar komt ze aan!’, het gezicht van M. dat balanceerde op de prachtige grens tussen janken en vechten, haar verbazing: wat een wonder en geluk dat ik dit kan. En hoe ik dat precies hetzelfde voelde.

Schermafbeelding 2015-06-14 om 19.07.52