Wedstrijdwijsheden

De nacht voor de wedstrijd lag ik wakker in bed. Het eerste uur besteedde ik aan warme voeten krijgen. Het tweede aan lezen in De schok van de val. Het derde aan het in gedachten samenstellen van een lijstje spreekwoorden-waar-ik-me-niet-in-kan-vinden. (Bijvoorbeeld: Uit het oog uit het hart. Uit het oog hoe nadrukkelijker in het hart als je het mij vraagt.) Het vierde aan denken: zo wordt het morgen helemaal niks.

Het plan was zo hard mogelijk van Deventer naar Bathmen te rennen, samen met honderden andere lopers, in elk geval in minder dan 50 minuten. Het plan was ook om daarna in comfortabel tempo de hele route weer terug naar huis te lopen, samen met mama en de buurvrouw, zo een halve marathon bij elkaar te sprokkelen. Dat laatste bleek zwaar, dat eerste onmogelijk.

Vanmiddag verkeerde ik (en met mij vele anderen) een paar uur in de waan een prachtig persoonlijk record te hebben gelopen. Het was verdacht, het voelde lang niet zo snel als de klok vertelde, het voelde middelmatig, maar ik dacht: ik twijfel wel vaker aan mijn eigen kunsten. ‘Er heeft nog nooit iets gemankeerd aan de tijdwaarneming. Wat ben je toch een idioot dat je nooit gewoon kunt aannemen dat je iets goed gedaan hebt.’

Ik ben geen idioot. Maar ook geen topatleet: er bleek wel degelijk iets mis met de tijdwaarneming. Het was inderdaad middelmatig. Mijn ‘echte’ tijd is 50.54. We beraden ons nog op gerechtelijke stappen, de veroorzaakte teleurstelling verdient op z’n minst een vorstelijke schadevergoeding. Maar ik vrees dat de teleurstelling die ik voel alleen op mezelf is te verhalen, dat ook vandaag de hardloopwet ‘je haalt eruit wat je erin stopt’ van toepassing was.

Ik moet efficiënter gaan trainen. Dat is wat ik vandaag heb geleerd. Langzame duurlopen, intervallen, tempolopen. Vaker volgens de boekjes. Minder eigenwijs. Niet zozeer om die stomme seconden, maar omdat het zoveel lekkerder is om me tijdens een wedstrijd machtig te voelen, nog te kunnen versnellen, iedereen in te halen, trots te zijn, in plaats van zo te ploeteren als vandaag. Efficiënter gaan trainen. Sterker worden. Altijd maar sterker worden. Dat is wat ik wil.

Terwijl men in het café bij de finish een feestje vierde met bier, muziek en stinkende mensen, hadden wij onze eigen afterparty: terug naar huis rennen. Rustig uitlopen onder het genot van een uitgebreide wedstrijdanalyse met mama en de buurvrouw. Maar ik had het koud tot op mijn botten, liep kilometers met bevroren handen onder mijn oksels gevouwen. Hoewel de eerste minuten nog wel vrolijk waren, kregen we het al snel heel zwaar.

We misten publiek. We verlangden naar soep en een bad. We moesten onze benen slepen alsof ze nog in de omgekeerde richting geprogrammeerd waren. Maar we hebben geen taxi gebeld, geen pauze gehouden en ook niet buitensporig geklaagd. We hebben er 21 kilometer van gemaakt. Aan doorzettingsvermogen ontbreekt het me niet. Aan tevredenheid dan weer wel.

IMG_20141228_221911