Gids

Als je morgen jarig was, dan werd je 23.

Had ik je misschien over elk jaar alvast kunnen vertellen?
Alsof je op reis ging naar een gevaarlijk land waar ik net levend uit was teruggekeerd.

23. Ik noemde het een jaar van rennen en zoeken. Van het soort verdriet waarbij je ergens halverwege beseft hoe hard je je kaken op elkaar aan het klemmen bent.
En dan zoek je en dan weet je niet waar – en dan vind je opeens je eigen oksel. Er is iets comfortabels aan verdriet. Dan hoef je niet vooruit.

Maar als je dan toch ging was steeds het uitzicht alle moeite waard. Er was ook water om in te zwemmen (daar hou je toch zo van) en er waren grappige dieren. Er waren mensen die even wachtten als je je schoenen nog aan moest.

Ik zou toch willen dat je ging. Voorbereid, gewapend. Ik zou je lang vasthouden. Het werd misschien een barre tocht. Maar je zou bellen, je zou klagen, lachen en vertellen. En ik zou op je wachten, je waar dan ook ophalen, verrassen op het vliegveld – welkom thuis

als het kon.