Slaap

Je vertelde me wat ik moest doen als ik niet kon slapen. Eerst mijn tenen zwaar laten worden. Dan mijn voeten. Dan mijn enkels. En zo steeds verder naar boven. Je zei dat ik zou slapen voordat ik bij mijn knieƫn was.

Nu moet ik elke keer als ik niet kan slapen en denk wat zijn ook alweer de trucjes om in slaap te vallen, aan jou denken. Dan kan ik al helemaal niet meer slapen. Er is voor altijd een omgekeerd evenredig verband tussen slapen en jou. Tussen nabijheid en verlangen.

Al dacht ik toen je er nog was, toen je keer op keer naast me in slaap viel alsof de uren dat we samen wakker waren geen enkele indruk op je hadden gemaakt, nog dat het andersom was. Een recht evenredig verband. Een kwestie van fysieke afstand scheppen. Ik had het mis. Ik ga maar schapen tellen.