Weekend (8)

Echte bloggers vertellen over hun weekend. En laten er foto’s van zien. Ik probeer in 2016 ook mijn weekend(gedachten) te delen. Het mislukt vaker dan het lukt, maar dat geeft niet, want ik ben natuurlijk geen echte blogger.

Vrijdagmiddag op de fiets naar huis, moe van de week, even geen zin meer. Waar zou ik hele dagen aan denken als het niet aan mijn werk was? Wat volgt is een boodschappenband vol met drank en chips. Beste vriendin op de stoep en alles weer goed. We spelen drankspelletjes en verzinnen de raarste regels. Lippenstift voelt nog steeds als iets voor mevrouwen die we nog lang niet zijn of nooit zullen worden. Maar we doen het toch op. We verplaatsen ons een meter of dertig, naar het café op de hoek. Niet veel later rennen we zonder jas kriskras door de stad, van het ene café het andere in en weer terug. We dansen, we zijn inmiddels overgestapt op water maar we gaan nog lang niet slapen.

Ik dacht dat mijn zwager een grapje maakte toen hij vannacht voorstelde om mijn neefje vroeg in de ochtend te brengen, maar dat was het niet. Binnen tien minuten gedoucht en de drankflessen verstopt, de plakkerige tafel weer schoon en de wasmachine aan. Drie uur slaap en daar staat de allerliefste 1-jarige in de kamer. Hij doet meteen zijn schoenen uit: hier wil hij wel even blijven. Gaat op zoek naar het favoriete speelgoed als hij bij zijn tantes logeert: de swiffer, de theedoos, de wasmachine, de elektrische vliegenmepper en fruit. Een sinaasappel in zijn hand heet een appel, een sinaasappel op de grond heet een bal. Zijn favoriete woord vandaag: tètis. En nee, we komen er niet achter wat dat is.

We eten zoete aardappel frietjes uit de oven. Verwonderen ons erover hoezeer hij zich thuis voelt, hier bij ons, misschien nog wel thuiser dan wij bij onszelf. Hoe lief hij gaat slapen. Vlak voor ik de deur dichtdoe, schenkt hij me de allerliefste blik die ik ken. Een eer vind ik. Ontroert me ook. Veilig huis van vertrouwen dat ik in zijn ogen ben.

De zon schijnt dit weekend zo mooi en ik ben kennelijk iemand geworden die dat dertig keer zegt. Misschien van verbazing, misschien van opluchting. Dat het gewoon weer lente wordt. Deze zondag vraagt om hardlopen, buiten ademhalen, benen moe maken. We rennen rondjes om een plas, door het bos, over het zand, over het gras. Ik probeer het woord genieten te allen tijde te vermijden maar deze middag zwicht ik elke kilometer wel een keer. Dit vraagt om het overwegen van 56 kilometer en om nog zoveel meer.

Hoeveel er in een zondag past als je er om 7 uur aan begint. Ik ga op kraamvisite en kan kiezen: over de grote weg zonder dat ik mijn huis hoef te zien, of door de straat en dan toch naar binnen kijken. Liever soms even voelen of de pijn al minder wordt dan er uit voorzorg met een wijde boog omheen. Gordijnen in de slaapkamer, hond in de mand. Mijn telefoon vangt wifi op en ik een zondagmiddag van vroeger. Daar ben ik vandaag wel tegen bestand.

’s Avonds in bed denk ik: elke fijne dag voelt nog als een overwinning. Elke avond zorgeloos in slaap als een prestatie van formaat. Alsof dit een wedstrijdje opkrabbelen is. Kijk eens hoe goed deze dag is gelukt! Maar hij kijkt natuurlijk helemaal niet. Nog even volhouden tot het zo ook goed is, dat ik de enige ben die het ziet.