Weekend (16)

Echte bloggers vertellen over hun weekend. En laten er foto’s van zien. Ik probeer in 2016 ook mijn weekend(gedachten) te delen. Het mislukt vaker dan het lukt, maar dat geeft niet, want ik ben natuurlijk geen echte blogger.

Ho het is weer zover: mijn hoofd kan de duizend dingen die gebeuren niet bijhouden. Te weinig slaap en tijd, te veel prikkels. Daarom nogmaals, al was het maar voor mijn eigen gemoedsrust, een lijstje met fijne dingen dit weekend:

  • Sporten als medicijn tegen vrijwel alles, zo ook tegen hooikoorts. Helpt plusminus net zo goed als regen, die nogal overtuigend begon toen ik van de sportschool naar huis fietste. Dubbel geluk, noem ik dat.
  • Een kaartje kopen en dagenlang nadenken over de zinnen die ik op de achterkant wil schrijven.
  • De duizend pogingen die ik doe om bepaalde zaken toch een beetje op papier te krijgen. Allemaal mislukt. Op een dag kan ik ze verzamelen en alsnog publiceren onder de noemer ‘lijstje met vergeefse inspanningen de vinger op de liefde te leggen’. Wie weet wordt dat dan juist een uiterst treffend document.
  • Zomervakantievoorbereidingen. Ik ga kamperen. In Frankrijk. Hoe dan ook.
  • In de badkamer twee treurig ogende (ha) uitgedroogde lenzen aantreffen. Keurig in het bakje, dat wel. Lenzendragers zullen dit herkennen: als de stap ‘lenzenvloeistof toevoegen’ niet meer tot het repertoire behoort vlak voor het slapen gaan, dan was het een goede avond.
  • Dat het een band schept als iemand degene die ik het leukst vind een moordgozer noemt.
  • Mijn eerste crossdag van het seizoen. Misschien zit het verslavende element erin dat alles er altijd hetzelfde blijft. Wat er verder ook gebeurt in een jaar, in de tijd die voorbij gaat, daar zijn de rollen altijd hetzelfde, op altijd hetzelfde toneel. Daar worden de in het dagelijks leven toch wel ingewikkelde omstandigheden pech en geluk eindeloos herhaald in hun meest overzichtelijke verschijningsvorm. Dat stelt me gerust. Dat zet de tijd stil.
  • Nu wat minder abstract: het eerste rondje rennerskwartier, koude voeten in laarzen, over nat gras, langs al dat glimmende plaatwerk, de o zo vertrouwde geluiden. Het begin van het seizoen: hoe alles nog open ligt, iedereen nog hoopvol is. Zusje aan de start, hart dat stiekem bonst onder mijn winterjas. Hoe ik me al duizend keer heb voorgenomen niet te gaan roepen, jaar in jaar uit dezelfde loze woorden, maar dat al voor de eerste bocht vergeten ben. Iets in de trant van: komopkomopkomopdan. Jajajajajaja. Neeneeneeneeneenee. Houvasthouvasthouvast. Toedantoedantoedan. JA! En dan, zo goed en zo kwaad als dat gaat over hobbelig en modderig terrein, zo snel mogelijk naar de camper gaan. Met stramme benen van de kou en verre van charmant, maar alles om op tijd te zijn voor de eerste-blik-onder-de-helm-vandaan.
  • En tot slot heel vroeg in bed kruipen, met de gedachte: dan heb ik nog een uurtje de tijd de hoogtepunten van dit weekend in vertraagde versie in mijn hoofd af te spelen. Alles ruimschoots herbeleven, heb ik nodig, vind ik fijn. Maar ook in die opzet hopeloos falen en al binnen een minuut vertrokken zijn.