Weekend (27)

Wijn gedronken. In een zonnig park op vrijdagavond, met muziek en een jurkje dat complimenten kreeg. Het weekend was begonnen maar ik moest nog het een en ander van me af schudden voor het ook zo voelde. Wijn is daar een geschikte katalysator voor. Goed gezelschap ook.

Roadtrip gemaakt. Met monden vol muesli, gezongen in de auto. Verkeerd gereden. File en vier vrouwen in een auto die tegelijkertijd en half ondersteboven van een lange op een korte broek overstappen. Zowaar enig bier gedronken (tot tweeënhalf gekomen). Bruin geworden. Iedereen weer afgezet en voor het eerst die week alleen in bed gekropen. Poging wakker te blijven tot de man zou melden dat hij veilig in Berlijn was aangekomen. Soms hoor je niet gerust te zijn. Maar ik slaagde er toch in: van de serie die ik koos, herinnerde ik me de volgende ochtend alleen de eerste twee minuten.

Hardgelopen. Was hoog tijd, de marathon komt dichterbij, ik hoopte voor vandaag op 20 kilometer maar het was veel te warm. Ik moest honderd gedachten aan omkeren pareren. Evenzoveel onaardige gedachten omkeren tot zachte. Ik wandelde een stukje, het vertrouwen wankelde een stukje (oké, een stuk – maar ik bedacht: het gaat er niet om hoe lang je doet over het verzamelen van moed, als je het maar verzamelt). En hee: als het niet gaat dan gaat het niet, dan draai ik om en wandel ik desnoods het hele eind terug. Het is zondag, er is tijd. En juist die mildheid – weer zo’n les – bleek de oplossing. Ik deed een laatste poging en het ging. 15 kilometer in de brandende zon. Uiteindelijk wint het doorzettingsvermogen altijd. En daar gaat het toch maar mooi om.

Geraakt. Door het boek dat ik uitlas. Op het dakterras, in de schaduw, met kussens in de stoel, zondagmiddag. Met tranen en al. Wat is dat toch met al die boeken waarin opeens een strop tevoorschijn komt. Ik ben een tamelijk achteroverleunende lezer: ik lees en accepteer de opgebouwde spanning zonder ongeduldig te worden, zonder me alvast af te vragen waar alle uitgezette lijntjes toch toe zouden kunnen leiden. Gevolg daarvan is dat de klap meestal exact zo hard aankomt als de schrijver ‘m bedoeld heeft.

Door de stad geslenterd, blote benen en sneakers, om een beetje uit de wereld van het boek te geraken. Moet je eens doen: uren aan een stuk een heftig boek lezen en meteen daarna de stad in lopen. Dan kijk je met heel gekke ogen, in een nogal verdwaasde staat. Ik heb inmiddels ook geen enkel idee meer of ik iets heb gekocht. Een nieuw boek misschien.

Besloten dat het doodzonde is om onzekerheid de boventoon te laten voeren.

Man gemist.

Geen goed woord geschreven.