Weekend (28)

Zaterdagmiddag, Luttenberg. De dj en ik. Man en meisje, zo voelt het vandaag. Ik zit in kleermakerszit in het gras, schoenen gestolen van mijn zusje, blote enkels, blote armen. Mijn hoofd doet nog pijn van mijn pas geverfde haar (ik doe het nooit meer, herinner me eraan, het gevoel is nog het beste te vergelijken met tienduizend naalden in je hoofd). Met m’n rug tegen de trillende dj-cabine (een booth noemen ze dat geloof ik, ik begin enigszins bekend maar nog niet vertrouwd te raken met de terminologie). Op mijn schoot een boek. Ventoux. Cadeau gegeven aan mama en nu heb ik ‘m meegenomen. Zo doe ik dat altijd: boeken geven die ik zelf ook nog graag wil lezen. Maar dat terzijde.

Ik denk: jammer dat niemand hier een foto van maakt. De dj die zijn lievelingsplaten draait met de koptelefoon in zijn nek (ik kan hem niet zien en toch zie ik hem zo voor me en glimlach ervan). Het meisje tegen de zijkant, met een boek en – naar ik vermoed – de uitstraling: I’ll go wherever he will go. Ook als het Luttenberg is. Ook als ik mezelf een paar uur moet vermaken.

Dit is precies dichtbij genoeg. Hij zijn weekendgeluk, ik het mijne. Dat ik met mijn voeten zit te wiebelen om wat hij aan het doen is en hij werkelijk geen enkel voordeel heeft van mijn tijdsbesteding – dat is ook wel typerend. De manier waarop ik mijn tijd graag besteed is volstrekt egoïstisch. Lopen, boek en schrift en verder niks. Positief bekeken maakt dat me een makkelijke vrouw van wie je zelden last hebt. Maar hij is anders. Wil alles doen om mij blij te maken. Een taak die hij bloedserieus neemt. Bijna boos als ik daar lacherig over doe. Ik ben blij als jij blij bent, zegt hij dan. Mijn ex zei dat steevast over de hond.

Dit is een festival. Bij festivals twijfel ik altijd of de mensen er echter zijn of juist minder echt. De meisjes lijken lekker in hun vel: er is veel bloot voor zo weinig zon. Dat er mensen dansen maakt mij trots. Die welwillende bewegingen. Een magere jongen danst als een robot. Samen met een meisje in een badpak, wat nogal wat jaloezie in mij aanwakkert. Niet zozeer omdat ze middenin het blikveld van de dj danst en ik bang ben dat hij me wil omruilen, maar in de zin van: op een bewolkte zaterdagmiddag zo zelfverzekerd in je badpak dansen, zonder bh eronder, dat zou ik ook wel eens willen.

UB40 kiest ie nu. In het boek dat ik lees gaat het over het nummer Day is done van Nick Drake. Moet ik eens gaan luisteren. Het wordt drukker om me heen, er wordt bier gedronken en de drempel om een meisje met vreemd haar dat in haar eentje een boek zit te lezen aan te spreken, wordt merkbaar lager. Na wat omtrekkende bewegingen hurkt uitgerekend de magere jongen bij me neer en vuurt in sneltreinvaart vijf raadsels op me af.  Zo kun je ook een gesprek beginnen. Uitgerekend het meisje in het badpak komt bij ons zitten. Ik verbaas me erover hoe het werkt: dat we elkaar waren opgevallen. Dat zij me complimenteert met mijn kapsel en dat ik niets durf te zeggen van de dingen die ik dacht toen ze daarstraks zo stond te dansen. Er sluiten een ex en een vriendin van haar bij ons aan. Een Turkse naam met een A. Ze klaagt: haar vriendin blinkt uit in tekenen en schilderen. Ik in mijn haar. Zijzelf nergens in. Ze kan van alles maar een heel klein beetje. Een klein beetje gitaar spelen, een klein beetje fotograferen. Ik zeg tegen het meisje in het badpak: jij kent haar goed, jij kunt vast iets noemen waar zij in uitblinkt. Ik ben benieuwd of ze behalve mooi ook lief kan zijn. Ze zegt zonder een seconde te hoeven nadenken: in het hebben van een goed hart.

Nieuwe mensen. Iets aan deze setting doet me goed en ik kom er niet precies achter wat het is. Dat ik er niet onbenaderbaar uitzie. Dat ik het meisje van de dj ben. Dat er iets in de lucht hangt van: je mag zelf kiezen wie je wilt zijn. Meer tijd om erover na te denken is er niet. Hij is klaar, hij wil de hardrockband niet afwachten, de mannen met lange haren, lippenstift en David Bowie gitaren, we stappen in de auto en rijden terug naar het vertrouwde.