Weekend (46)

Alles wat gebeurt, moet altijd nog even namijmeren in mijn hoofd. Zo hup van dagenlang door Parijs struinen naar het vertrouwde kantoorleven, naar ziek in bed en ondertussen verhuizen en klussen is dan ook geen soepele overgang, maar een met vertraging. Waarbij mijn hoofd vrij ernstig achterloopt op de werkelijkheid. Schrijven helpt daarbij, dat zal je wel begrijpen. Daarom eerst maar eens een lijstje met Parijse dingen die ik graag nog wil opslaan.

  • De weken van te voren, waarin we ons alleen al verregaand verheugen op de lange treinreis.
  • De dag van te voren, dat hij rusteloos is en rare sprongen maakt. Dat ik na enige tijd constateer dat ik misschien wel net zo eigenaardig ben, maar dan op een manier die wat minder in het oog springt.
  • Vanillecola en verse sushi in de trein.
  • Het moment van volkomen verwarring bij aankomst op het station met de ontelbare treinen, bussen, metrolijnen en hoe daar het trage terugwinnen van oriëntatievermogen op volgt, net zo lang tot twee dagen later de kaart in de tas kan blijven.
  • Koffers in de kamer gooien en meteen op pad. Naar de Eiffeltoren, die zich naar later blijkt exact aan de andere kant van de stad bevindt. Zo’n eindeloze wandeling, ontdekkingstocht met aan het einde, als het al veel langer donker is dan het licht was, een warm eetcafé en onbegrijpelijke Franse gerechten die we op goed geluk aanwijzen.
  • Meneer de fotograaf die eindeloos foto’s van me maakt. En als ik dan zo doe van: ga eens fietsen, neem eens afstand, draai eens om, dan begint hij zijn inmiddels vertrouwde betoog dat ik niet half besef hoe mooi…
  • Zijn liefde voor lekker eten. Dat hij bij elk kraampje zijn hoofd draait, een haperend moment van twijfel ervaart en dat ik als een streng baasje aan zijn mouw trek en probeer te voorkomen dat zijn pas vertraagt.
  • Het alsnog ontdekken van de slotjesbrug, romantisch cliché dat me lekker niks kan schelen, nadat we op internet hadden gelezen dat de traditie was afgeschaft vanwege dreigend gevaar van instorting. Het verbaast me niet dat dingen kunnen instorten onder het gewicht van de liefde, maar hoezeer de veerkracht ervan me geruststelde bleek wel uit de uitbundige kreet die ik uitte bij het plotseling toch tegen de slotjes aan lopen.
  • Dat hij in het museum van vrijwel elk schilderij een foto maakte, soms met mijn achterhoofd erbij op, soms met een willekeurige Chinees erbij op, en in de museumwinkel een print van Monet kocht.
  • Dat we allebei hoogtevrees hebben maar hij heeft besloten dat het zijn taak is om zich er overheen te zetten zodat ons eventuele toekomstige nageslacht niet wordt opgezadeld met twee mietjes van ouders, en daarom als eerste het balkon van ons appartement trotseerde.
  • Samen slapen in de trein naar huis.