Anderhalf

Anderhalf en het liefst op mijn vierkante meter. Overdag, maar ook ’s nachts: dan legt ze haar hoofd bovenop het mijne. Als ze toch het avontuur aangaat, sluipt ze naar de vaatwasser om de laatste restjes hagelslag van de borden te peuzelen, of maakt ze op haar tenen de deur open naar de badkamer, om tegen mijn toilettas te kletsen in een taal die ze exclusief voor die galmende ruimte bewaart. Voor ons zijn haar voorkeuren al snel vertrouwde rituelen, pas als visite er hard om moet lachen, zien we de eigenaardigheden.

Wat het ook is dat ze overdag beleeft, als haar hoofd ’s nachts met een flinke knal bovenop het mijne landt, stel ik me dat voor als een poging tot gegevensoverdracht. Zoals je telefoons van hetzelfde soort ook met kort fysiek contact kunt synchroniseren. Zolang ze nog niet praten kan, is dit hoe ze het aanpakt, wang tegen wang. Haar verhalen delen met mama, waarna ze rustig kan gaan slapen.