Jesh

Ze heeft plezier in taal ontdekt. Als ze ’s ochtends wakker wordt, op mijn helft tussen ons in, is het eerste wat ze zegt: ‘Jesh!’

Dat klinkt misschien als ‘Yes! Een nieuwe dag!’, maar het betekent ‘fles’. Ze zegt het niet zeurderig, niet dwingend, niet vragend zelfs, maar met het grote genoegen van zich eindelijk uit kunnen drukken.

En ze lijkt niet eens zozeer zo blij omdát ze het kan zeggen, als wel omdat ze net pas wakker werd en zich opeens herínnert dat ze het kan. En als ik laat merken dat ik haar begrepen heb, wordt dat gevierd met een luide, haast verraste ‘jaaa!’

Ik draai me naar haar toe, vind het nog zo vroeg, doe een poging haar dat uit te leggen. Haar respons laat een paar tellen op zich wachten. Een handje op mijn wang, als om zeker te weten dat ze mijn volle aandacht heeft, en dan, beheerste toon maar een blik die weinig ruimte laat voor tegenspraak: “Jesh. Pap.”

Die eerste echte woordjes. Ze hanteert ze met zoveel charmante triomfantelijkheid dat, toen iemand vandaag vroeg wat het leukste was dat ik dit weekend zou gaan doen, mijn antwoord was: ‘Converseren met mijn dochter.’