Villa

In mij schuilt een moeder de gans. En in mijn hoofd waak ik over ten minste twintig kuikens. Want behalve dat ik het eerste kind van mijn vader en moeder ben, ben ik ook het eerste kleinkind van mijn opa en oma’s. Na mij volgden twee zusjes, negen nichtjes en negen neefjes. Ik moet wel een villa van een hart hebben. Want ze passen er allemaal in.

Nichtjes die eerst nog bolle babywangen hadden, lenen me hun galajurk en weten zich beter raad met eyeliner dan ik. Kiezen studies, vriendjes, stellen op hun vrije zondag voor om thee bij mij te komen drinken. Maken dappere keuzes. Willen arts worden. Vragen aan mij wat nu eigenlijk het verschil is tussen een filmkus en een echte kus, en hoe ze ooit moeten ontdekken hoe een echte kus dan moet, als ze in films alleen maar het verkeerde voorbeeld geven.

Over kussen gesproken: mijn neefjes knikken nog altijd braaf van ja als ik vraag of ze er drie willen. Er zijn er zelfs die op me af vliegen als ik de kamer binnenkom. Ik kijk graag naar hoe ze mijn oma feliciteren met haar verjaardag. Of geduldig wachten met ‘cola’ zeggen totdat opa klaar is met het opsommen van de mogelijkheden.

Ik denk dat er niets is wat ik mooier vind dan kinderen groot zien worden. Ik heb er een dagtaak aan te bewonderen hoe bijzonder dat al is bij eentje tegelijk, kun je bedenken bij twintig, en dan heb ik ook nog mijn eigen plannen en een baan en een hond. Ik lig elke nacht indrukken te verwerken tot het ochtend is. Altijd loop ik achter op de wereld. Maar dat geeft niet. Als die kuikens van mij ‘m maar bij kunnen houden.