Diepe Hel

Op mijn nieuwe werk leer ik in sneltreinvaart de kunst van het commercieel denken. (Het boek dat ik hieromtrent van mijn collega heb geleend heet Verleiden op internet. Een in commercieel opzicht heel slimme titel vermoed ik, met die amoureuze connotatie.) Het is even wennen met dat tegendraadse, dichterlijke hoofd van mij, maar ik vind de wereld ook met een commerciële blik heel fascinerend.

Zo ook wat betreft de hardloopwedstrijd van vandaag. Want wie verzint het om een route op een van de mooiste plekken in Nederland de ‘Diepe Hel Loop’ te noemen? Ik ga maandagochtend meteen aan mijn collega vragen welke gedachte achter zo’n aanprijzing zou kunnen schuilen. (En ik geef dit verhaal een soortgelijke titel, bij wijze van commercieel experiment.)

Want toen we vanmiddag aan de rand van de Holterberg arriveerden, bleek het wel degelijk een succesformule te zijn. Het grootste hardloopevenement dat ik sinds de marathon heb bezocht. Duizenden mensen wilden het blijkbaar met eigen benen testen, hoe diep die hel dan was. Ik keek naar al die onrustig huppelende voeten in het startvak en kreeg er kippenvel van, mooi eigenwijs volk dat we zijn.

De eerste kilometers lag het tempo laag, het leek of iedereen om me heen sjokte. Alsof men al een imaginaire berg aan het beklimmen was. Ik paste me aan. Ik kon wel harder maar de naamgeving van het evenement hield me tegen. Ik dacht: deze mensen zullen hier wel vaker hebben gelopen, die zullen vast weten wat ons nog te wachten staat.

Toen begonnen we met z’n allen daadwerkelijk aan het beklimmen van een berg. Ik vergat nu eens niet om me heen te kijken en besloot dat ik hier veel vaker wil lopen, dat dit de komende maanden mijn zondagse training voor Kaapstad moet worden. Het was een route waarbij we halverwege zouden omkeren, wat veel leuker was dan het klinkt.

Zo kon ik de koplopers bewonderen. Zij moesten klimmen en ik vloog omlaag, alsof onze inspanningen elkaar ophieven. Ik wilde er achteraan, kreeg energie van die mannen, ik wilde ook zo snel. Daarnaast zorgt zulk tweerichtingsverkeer er voor dat mensen aardige, bemoedigende woorden naar elkaar kunnen roepen, wat mij (vaatdoek die ik ben) dan weer ontroerde. Al was er tot mijn plezier ook een man die naar een andere man riep: “Niet opgeven nu! Schijt maar van je af, maar niet opgeven nu!”. Schijt maar van je af? Ik heb beide heren voor de zekerheid maar ingehaald.

Tot slot kon ik met dank aan deze constructie inschatten wat me nog te wachten stond. Ik besloot dat het wel een tandje harder kon, dat de hel misschien wat minder diep was dan hij had geklonken. Ik zette aan, heuvelopwaarts. Van alle dingen die een marathon je in theorie zou kunnen opleveren, merk ik het meest van deze: dat ik alle afstanden korter dan 42,195 kilometer sindsdien mentaal niet stuk te krijgen ben.

‘Zwaar’ bestaat sinds 15 april niet meer. Klagen ook niet. Ik geniet van mijn benen die dit kunnen, van het gulzige ademhalen en de rust in mijn hoofd. Op een zeker moment keek ik op mijn horloge en stond er 15 km/u op mijn scherm. Ik vloog naar de finish en liep de terugweg van de Diepe Hel Loop – en daar zat de zwaarste beklimming in – bijna twee minuten sneller dan de heenweg. Holterberg: makkie.