Revanche

Het nadeel van eerder dan je vrienden over de finish komen: koukleumen tot je een staat van stramme onderkoeling hebt bereikt. Het voordeel: enigszins de tijd hebben de gemoederen weer in het gareel te krijgen.

Het was weer zo’n dag. Zo’n dag waarop ik, eenmaal over de eindstreep, dubbelgevouwen over een hek hing en uit alle macht probeerde niet te huilen. Bij ieder klopje op mijn rug (dat doen hardlopers, de goedzakken) moest ik weer opnieuw beginnen met proberen.

Ik zou niet willen stellen dat het tranen van geluk waren, hoe tevreden ik ook was met wat ik zojuist gedaan had. Ook niet van uitputting, want ik had er nog best een paar kilometer aan vast kunnen plakken als dat me – ik noem maar wat – een broodje unox had opgeleverd.

Heel soms ben ik blijkbaar in staat ben om mezelf – héél even, een paar seconden – te ontroeren. Ik stond tegen dat hek gebogen en heel even keek ik naar mezelf zoals ik naar de mensen op tv kijk. Zonder strenge blik, zonder voorbehoud. Ik zag de sporter die zich had vastgebeten, die had afgezien maar niet had losgelaten. Ik zag de sporter die durfde te dromen, die wist dat ze er deze dag echt alles aan gedaan had.

Misschien is dat wel mijn belangrijkste reden om te lopen: om die milde blik, die nieuwe ogen om mee naar mezelf te kijken. Ik denk dat mensen het compassie noemen, dat moment van vrede met dit warrige pakketje, met het meisje-nooitgenoeg dat ik ben.

p.s. de titel van dit stukje heeft te maken met mijn lijdensweg van vorig jaar bij deze wedstrijd.