sst

Ik wil je niet storen in je geluk. Ik wil je liever
laten en stel dat geluk slapen is, wil ik zelfs niet zo zacht
door de kamer sluipen, schone was in je kast leggen
dat je je omdraait, min of meer opnieuw moet beginnen
met dromen.

Of stel dat geluk een suikerspin is, dan zou ik oneindig
roze draden voor je om een stokje draaien. Niet klagen over een zere arm,
of over benen die moe worden van het staan. Verstopt achter
de wielen van mijn kraam kijken hoe je wordt, mooier,
niet misselijk hoop ik.

Of denk je dat blijven, ademhalen om de hoek
denk je dat wachten
ook storen is, in geluk.