Zee-

In mijn hoofd bewaar ik een bescheiden collectie momenten van toenadering. Als ooit mijn hoofd in brand zou vliegen, zou ik die als eerste willen redden.

Toe·na·de·ring. Een nauwelijks waarneembare beweging in de tegenovergestelde richting van vluchten.

Soms blijf je een seconde haken aan ogen waardoor je gaat denken: wat ben ik al die andere seconden toch eigenlijk aan het doen? Ten minste ik. Dan kijk ik in ogen en dan voel ik opeens hoe alleen ik al die andere seconden was. Maar niet op een verdrietige manier, meer zoals je soms thuiskomt na een lange dag. Zoiets bedoel ik. Een collectie van dat.

(Bijvoorbeeld: de nacht na de ochtend dat we taalspelletjes deden in bed. We moesten zoveel mogelijk woorden maken die begonnen met zee. Zeearend. Zeekoe. Zeeslag. Later toen de dag te lang duurde en ik maar niet bevestigd werd in mijn wankele geloof dat dit misschien wel de perfecte ochtend was, bevond ik me in een café dat vertrouwd zou moeten voelen, als een tweede huiskamer, maar dat eigenlijk nooit deed. Net toen ik overwoog me dan maar door een vreemde te laten ontvoeren, trilde een berichtje. Zeeanemoon.)